e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
maria-altaar zijaltaar: ziealtaar (Opglabbeek) Het (zij)altaar dat toegewijd is aan O.L. Vrouw en waarop of waarboven haar beeltenis prijkt [Maria-altaar]. [N 96A (1989)] III-3-3
maria-hemelvaart halfoogst: half uigst (Opglabbeek), marie-klimop: mrie klimop (Opglabbeek), onze-lieve-vrouwedag: əchə lévə vrəwen daag (Opglabbeek) 15 augustus, Maria Hemelvaart [O.L. Vrouw Kruidwis, eerste Lievevrouw(endag), Hoge Lievevrouw, Vroege Lievevrouw, O.L. Vrouw kroedwien]. [N 96C (1989)] || Hoe heet bij u de feestdag van O.L.V.-Hemelvaart (15 augustus)? [ZND 17 (1935)] III-3-3
maria-lichtmis lichtmis: leechtmis (Opglabbeek), leegtmis (Opglabbeek) 2 februari, Maria Lichtmis, de dag waarop in de kerk kaarsen gewijd worden [Maria-Littemis]. [N 96C (1989)] III-3-3
mariabeeld lieve-vrouwbeeld: leevevruiwbeeld (Opglabbeek), lieve-vrouwebeeld: lievevruiwebeelt (Opglabbeek), maria met kindje jezus: marja met kientje jezus (Opglabbeek), mariabeeld: mariabeelt (Opglabbeek) Een beeld van Maria met of zonder het kind Jezus op de arm. [N 96B (1989)] || Een beeld van Maria, de moeder van Jezus [Moeder Gods, Moeder Godes, Lievevrouwenbeeld, Mariabeeld?]. [N 96A (1989)] III-3-3
marialied marialiedje: maraileedje (Opglabbeek) Een Marialied. [N 96B (1989)] III-3-3
markt markt: ein meͅrt (Opglabbeek), koͅrt iever də meͅrt (Opglabbeek), mɛrət (Opglabbeek), straat: recht iever de straat (Opglabbeek) Dwars over de markt [ZND 23 (1937)] || een markt [ZND A1 (1940sq)] || markt [RND] III-3-1
marktkraam kraam: kraam (Opglabbeek) een tent, een stalletje op de markt waarin de goederen tentoongesteld zijn [kraam, schob] [N 89 (1982)] III-3-1
marktplein markt: Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.  mérət (Opglabbeek) het plein in een stad of dorp waar markt gehouden wordt [mert, marktveld] [N 90 (1982)] III-3-1
marmer marber: beeld èn marber (Opglabbeek), marmer: màrmer (Opglabbeek) marmer, dicht, fijnkorrelig kalkgesteente dat geschikt is om te bewerken en te polijsten, in bouw- en beeldhouwkunst als grondstof gebruikt [marbel, melber] [N 81 (1980)] || marmeren beeld [ZND 21 (1936)] III-4-4
marmeren beeld beeld: beeld èn marber (Opglabbeek) Een marmeren beeld. [ZND 21 (1936)] III-3-2