| 34129 |
melkkoe |
melkkoe:
mɛlky (L416p Opglabbeek),
mɛlǝkū (L416p Opglabbeek)
|
Koe die geschikt is voor melkproductie. [N 3A, 148]
I-11
|
| 34096 |
melkkuil |
deemopening:
dīmȳpǝneŋ (L416p Opglabbeek)
|
Opening waardoor melkaders uit het lichaam van de koe komen. [N 3A, 118b]
I-11
|
| 34386 |
melkschaap |
melkschaap:
melkšǭp (L416p Opglabbeek),
męlkšō.p (L416p Opglabbeek)
|
Schaap van een ras dat vooral goed is voor de melk. [N 77, 1f; JG 1a, 1b; monogr.]
I-12
|
| 34098 |
melkspiegel |
melkspiegel:
mɛlkspēgǝl (L416p Opglabbeek),
weerwas:
wē̜rwas (L416p Opglabbeek)
|
Plaats achter de uier waar de haren in de verkeerde richting liggen. [N 3A, 118d]
I-11
|
| 17624 |
melktanden |
melktanden:
meləktant (L416p Opglabbeek),
melktandjes:
melktenjes (L416p Opglabbeek),
suikertandjes:
sokkertenjes (L416p Opglabbeek)
|
kinderwoord voor tanden [ZND 07 (1924)] || melktanden [zuiktande, zeuktaant, mammetandjes] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 19930 |
melkzeef |
zijschotel:
zi.ǝšytǝl (L416p Opglabbeek),
zīšyǝtǝl (L416p Opglabbeek),
zīǝšyǝtǝl (L416p Opglabbeek)
|
Voorwerp waarmee men melk zeeft. Het is een soort vergiet met als bodem een doek. De melk wordt uit de melkemmer via deze melkzeef in de melkbus gegoten. Hierdoor blijven grove verontreinigingen achter. Zie afbeelding 11. [A 18, 11a; L 48, 35.Ia; Lu 2, 35.Ia; Gwn 8, 6; JG 1d; monogr.]
I-11
|
| 19137 |
menen |
menen:
meͅinə (L416p Opglabbeek)
|
menen [ZND A2 (1940sq)]
III-3-1
|
| 20470 |
menstruatie |
regels:
regels (L416p Opglabbeek)
|
menstruatie [verandering, reegels] [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 24212 |
merel |
merel:
meirel (L416p Opglabbeek),
mēͅrĕl (L416p Opglabbeek),
mēͅrəl (L416p Opglabbeek),
zwarte merel:
zwartemèrel (L416p Opglabbeek),
zwartmerel:
zwartmēͅrəl (L416p Opglabbeek)
|
gewone merel || merel [ZND 01 (1922)], [ZND 01 (1922)] || merel (25,5 overal bekend; man zwart met gele bek; pop zwak-gevlekt bruin; mooie zang; kooivogel; vergelijk met spreeuw [031] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 17563 |
merg |
merg:
merg (L416p Opglabbeek),
meͅrch (L416p Opglabbeek),
meͅRg (L416p Opglabbeek),
meͅrəch (L416p Opglabbeek)
|
het merg (in de beenderen) [ZND 31 (1939)] || merg [ZND A1 (1940sq)], [ZND m]
III-1-1
|