| 34364 |
mestvarken |
mastvarken:
mastfɛ.rkǝ (L416p Opglabbeek),
spekvarken:
spɛkfɛ.rkǝ (L416p Opglabbeek)
|
Een varken dat gehouden worden om vet te mesten. [JG 1a, 1b, 2c; L 37, 49e; N C, add.; N 19, Q 111 add.; N 19, Q 204a add.; monogr.]
I-12
|
| 23635 |
met de collecteschaal rondgaan add. |
schaal:
sjaal (L416p Opglabbeek)
|
Collecteren met de open schaal, met de schaal rondgaan. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 34453 |
met de horens stoten, gezegd van de bok |
stoten:
stȳǝtǝ (L416p Opglabbeek),
stīǝtǝ (L416p Opglabbeek)
|
[N 19, 75]
I-12
|
| 34625 |
met de kar achteruit rijden |
achteruit stoten:
axtǝryi̯t styi̯tǝ (L416p Opglabbeek),
terugstoten:
tręqstyǝtǝ (L416p Opglabbeek)
|
Voor de voermansroep om het paard achteruit te doen gaan, zie wld I.10 onder het lemma achteruit. [N 17, 95 + 99]
I-13
|
| 34623 |
met de kar rijden, iets vervoeren |
varen:
vārǝ (L416p Opglabbeek)
|
Dit lemma vormt een aanvulling van het lemma met paard en kar rijden in wld I.10. Alleen de opgaven voor de plaatsen waarvoor in WLD I.10 geen materiaal voorhanden was, zijn hier opgenomen. De kaart combineert de gegevens van beide lemmata. [N 17, 94; RND 97; monogr.]
I-13
|
| 33863 |
met de poten dicht bijeen staan |
(te) eng staan:
ɛŋ stȳǝn (L416p Opglabbeek)
|
[N 8, 78a en 78b]
I-9
|
| 33862 |
met de poten te ver uit elkaar staan |
(te) wijd staan:
wīt stȳǝn (L416p Opglabbeek)
|
[N 8, 78b]
I-9
|
| 33176 |
met de schop poten, kuiltjes maken |
koter maken:
kyǝtǝr mākǝ (L416p Opglabbeek),
planten:
[planten] (L416p Opglabbeek)
|
Het poten met de hand, in tegenstelling tot het poten met de ploeg, bestaat eigenlijk uit drie handelingen: (a) het graven van een kuiltje met de schop ofwel het steken van een gat in de grond met de kruk; (b) het gooien van een pootaardappel in dat kuiltje; en (c) het weer dichtmaken van het gat. In de vragenlijst zijn de handelingen (a) en (b) apart afgevraagd; maar soms hebben de zegslieden toch met één algemene term geantwoord. Deze algemene termen voor poten staan achter in het lemma bijeen; voor de fonetische documentatie daarvan zij verwezen naar het lemma Poten. [N 12, 14 en 15; monogr.]
I-5
|
| 28830 |
met de vleug mee |
met draads:
met draads (L416p Opglabbeek)
|
Met de richting mee van vezels en draden van een weefsel. [N 59, 40a]
II-7
|
| 33005 |
met de volle hand -zaaien |
met de volle hand:
męt ǝ vǫl ha.nt (L416p Opglabbeek)
|
Vroeger zaaide men uitsluitend met de hand. Het koren werd met de volle hand gezaaid: de zaaier neemt een ''handvol'' (lemma 2.13) graan en werpt het met een ''zwaai'' (lemma 2.14) een beetje omhoog, zodat hij het voor zich uiteen ziet vallen. [JG 1a; monogr.]
I-4
|