| 34112 |
miltkuilen |
miltkuilen:
meltkūlǝ (L416p Opglabbeek)
|
Holten in het lijf van een niet fraai gebouwde koe. [N 3A, 146; monogr.]
I-11
|
| 34201 |
miltvuur |
miltvuur:
meltvēr (L416p Opglabbeek),
męltvēr (L416p Opglabbeek)
|
Miltvuur is een bodemziekte. De smetstof blijft in de vorm van sporen jarenlang buiten het lichaam in de grond levensvatbaar. Door graven, door verschil in waterstand, misschien ook door mollen en regenwormen komen de sporen naar boven. Als het vee ze opneemt met het voedsel of binnenkrijgt door wonden, groeien ze in het lichaam uit en verspreiden zich met het bloed naar alle organen. Deze dodelijke ziekte heeft een snel verloop. Soms sterven de dieren zonder dat er voorafgaande verschijnselen konden worden opgemerkt ineens onder krampachtige stuipen. Meestal worden ze vrij plotseling hevig ziek met hoge koorts en verschijnselen van pijn en zijn ze binnen 24 uur dood. Bloedige uitvloeiingen uit neus, mond, aars en kling komen veel voor, vooral na de dood. De slijmvliezen zijn hoog roodblauw gekleurd (Berns 1983, blz. 141). Zie ook het lemma ''miltvuur'' in wbd I.3, blz. 475-476. [N 3A, 87; A 48A, 22; monogr.]
I-11
|
| 20406 |
minderjarig |
minderjarig:
znd 31, 23a
minnerjaorig (L416p Opglabbeek)
|
minderjarig [ZND 31 (1939)]
III-2-2
|
| 23304 |
mis |
mis:
mes (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek)
|
De Eucharistieviering, de H. Mis [de mis, de mès?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23523 |
mis met drie heren |
drieherenmis:
driehiere mes (L416p Opglabbeek),
driehieremes (L416p Opglabbeek)
|
Een plechtige H. Mis waarin een celebrant, een dialen en een subdiaken voorgaan [drieherige mis?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23524 |
mis met vier heren |
vierherenmis:
veerhieremes (L416p Opglabbeek)
|
Een plechtige H. Mis waarin naast de genoemde drie, ook nog - gehuld in koorkap - een presbyter assistens voorgaat [vierherige mis?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23517 |
mis uit dankbaarheid |
dankmis:
dankmes (L416p Opglabbeek),
dankməs (L416p Opglabbeek)
|
Een H. Mis uit dankbaarheid, tot zekere intentie. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23509 |
mis voor een overledene |
begrafenismis:
begrafenismes (L416p Opglabbeek),
zielenmis:
zielemes (L416p Opglabbeek)
|
Een mis die zes weken na iemands overlijden wordt opgedragen. [N 96B (1989)] || Een mis voor een overledene [zielmis, zielemis, zieledienst, dodenmis, zwarte mis?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23548 |
misboek op het altaar |
misboek:
mesboek (L416p Opglabbeek),
mesbook (L416p Opglabbeek)
|
Het grote misboek, missaal dat op een lezenaar op het altaar staat [misboek, mèsbook, mèsbóch?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23271 |
misdienaar |
misdienaar:
mesdeener (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek),
mēͅsdīnər (L416p Opglabbeek)
|
Een koorknaap, misdienaar, misdiener [koeërjóng?]. [N 96B (1989)] || Hoe heet de jongen die de mis dient? [ZND 36 (1941)]
III-3-3
|