e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
nauwelijks stekende bijen zege bijen: zɛ̄gǝ bi-jǝ (Opglabbeek) Volk dat nauwelijks steekt. Het ene ras is zachtaardiger dan het andere. Dit kan een gevolg zijn van veredeling op zwermtraagheid en krachtig broeden. Deze twee factoren verminderen de lust tot steken. [N 63, 73e; Ge 37, 126; monogr.] II-6
nauwgezet; nauwgezet persoon correct: héés krék (Opglabbeek), juste: zjust (Opglabbeek) Hij is op zijn punt - sekuur (a.gezegd v.e. persoon; b.v.e. werk) [RND] III-1-4
navel navel: náávəl (Opglabbeek) Navel: het litteken van de navelstreng midden op de buik (nakker, nagel, navel). [N 84 (1981)] III-1-1
navelbandje navelbandje: nāvəlbeͅntše (Opglabbeek) navelbandje [nagelbendje] [N 25 (1964)] III-2-2
nazaaien, bijzaaien herzaaien: hɛrzɛi̯ǝ (Opglabbeek) Als het gewas slecht opkomt -dit gebeurt met zaad van slechte kwaliteit of bij grote vochtigheid-, moet er worden nagezaaid. [JG 1a; monogr.] I-4
nazaat afstammeling: ááfstàmməling (Opglabbeek) afkomst, afstamming; bloedverwantschap in neerdalende lijn [komaf, tuk, afkomst] [N 87 (1981)] III-2-2
neef neef: nééf (Opglabbeek), néév (Opglabbeek) neef [ZND 11 (1925)] III-2-2
neerstrijken op de vliegplank dalen: dalen (Opglabbeek) Het neerstrijken van de bij op de vliegplank van korf of kast, wanneer ze na een honingvlucht thuiskomt. [N 63, 45] II-6
neet, luizenei neet: neet (Opglabbeek), net (Opglabbeek) luize?i || neet, luize-ei [ZND A1 (1940sq)] III-4-2
negenoog negenoog: nīēgəuig? (Opglabbeek) Bloedzweer: pijnlijke, rode, meestal in de nek of oksel optredende huidontsteking (kwader, negenoog). [N 84 (1981)] III-1-2