e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
stengel, steel steel: stīǝ.l (Opglabbeek), stengel: stɛŋǝl (Opglabbeek) Stengel, als deel van een plant. [JG 1a, 1b; monogr.] I-4
sterke / ruwe kerel beest: deͅs to͂ͅch ein ryw bīēst (Opglabbeek), sterke, een ~: nə steͅrkə (Opglabbeek) dat is een ruwe kerel [ZND 42 (1943)] || Een sterke kerel [ZND 27 (1938)] III-3-1
sterke mortel cementmortel: sǝmɛnt[mortel] (Opglabbeek) Mortel voor waterdicht pleisterwerk, bijvoorbeeld voor kelders. Volgens de invuller uit Q 180 werd bij de bereiding ervan Rijnzand gebruikt. Zie voor de fonetische documentatie van de woorddelen '-(spijs)', '-(specie)', etc. het lemma 'Mortel'. [N 30, 38b] II-9
sterke trasmortel kalkmortel: kalǝk[mortel] (Opglabbeek) Mortel bestaande uit tras en kalk, volgens de invuller uit Q 35a gebruikt voor waterdicht werk. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel '-(spijs)' het lemma 'Mortel'. [N 30, 37b] II-9
sterven creperen: WBD/WLD  krəpèrə (Opglabbeek), doodgaan: dūūtgūūn (Opglabbeek), kapotgaan: WBD/WLD  kàpòt gūūn (Opglabbeek) Hoe noemt u sterven, gezegd van dieren (kreperen, kapotgaan, doodgaan) [N 83 (1981)] || sterven, doodgaan, hemelen gaan [sjterreve, hiemmelejoaë] [N 96D (1989)] III-2-2, III-4-2
sterx ster: steͅr (Opglabbeek), stɛr (Opglabbeek) ster [ZND 07 (1924)], [ZND A1 (1940sq)] III-4-4
steunhout van het hoogsel klammetje: klɛmkǝ (Opglabbeek) Om de laadruimte van de karbak te vergroten, kunnen er losse hoogsels op de zijwanden geplaatst worden. Aan de zijkanten van de hoogsels zijn daartoe houten balkjes bevestigd die in op de zijwand bevestigde, metalen krammen gestoken kunnen worden. Zie ook afb. 199 en het lemma ɛhoogselɛ in wld I.13, pag. 58.' [JG, 1a] II-12
steunhoutjes tussen steel en balk spanner: spanǝr (Opglabbeek) Het schuine verbindingstuk tussen de steel en de dwarsbalk van de hooihark, dat ter versteviging van de hark in zijn geheel dient. Vaak ziet men twee van dergelijke steunhoutjes; vandaar de meervoudsvormen in de opgaven. Voor de verscheidenheid aan benamingen, zie ook de opmerking bij de het lemma ''dwarsbalk van de hooihark''. Zie voor de vork- en gaffel-benamingen de toelichting bij het lemma ''steel van de hooihark''. Zie ook afbeelding 11, c. [N 18, 92c] I-3
steunpaal voor opgeslagen hoogkar gaffel: gafǝl (Opglabbeek), stijp: stīp (Opglabbeek) Lange steunpaal welke men plaatst onder de berries van een opgeslagen hoogkar. [N 17, 82] I-13
stevig, gezegd van voedsel straf: straffə kòst (Opglabbeek) stevig, gezegd van voedsel (straf) [N 91 (1982)] III-2-3