| 33652 |
toegang tot akker |
ingat:
īgāt (L416p Opglabbeek)
|
[N 11, 8]
I-8
|
| 21565 |
toegangsprijs |
entree (<fr.):
entree (L416p Opglabbeek)
|
de prijs die men moet betalen om ergens binnen te komen [entree, inkom, inkomgeld, inkomprijs] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 33697 |
toegangsweg naar het erf |
invaart:
envārt (L416p Opglabbeek),
vaart:
vārt (L416p Opglabbeek)
|
Toegangsweg of oprijlaan naar het boerenerf. [N 5A, 75a; N 5, 110; N P, 2 add.; monogr.]
I-8
|
| 33592 |
toekruid, algemeen |
kruid:
WBD/WLD
krūūjə (L416p Opglabbeek)
|
De kruiden die bij de bereiding bij groente of vlees gevoegd worden om de smaak van het gerecht te verbeteren, in het algemeen (kruid, toekruid, specerij). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 19663 |
toilet |
achter:
Inins stòng \'r op en zag: \"het is huug ti-jd det ich noa achter goan\
achter (L416p Opglabbeek),
huisje:
hīskə (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek),
Stinke wi-j einen hi-jskespöt
hi-jske (L416p Opglabbeek),
schijthuisje:
een ordinairder woord voor w.c. Het heeft te maken met het apart gelegen gebouwtje met een deur waarin een hartvormige opening als verluchtingsmiddel diende
sji-jthi-jske (L416p Opglabbeek)
|
gemak (w.c.) [ZND 12 (1926)] || het w.c. || w.c || w.c. || wc, toilet [N 05A (1964)]
III-2-1
|
| 21215 |
tolboom |
barrier (<fr.):
Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller noteert bij spellingssysteem: WBD-WLD, behalve je = dj.
bárrīēr (L416p Opglabbeek)
|
de boom waarmee de weg kan worden afgesloten op de plaats waar men tol moet betalen [barrier, brier] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 17859 |
tollen |
ronddraaien:
roenddrejen (L416p Opglabbeek)
|
Tollen: draaien als een tol (trijzelen, tollen, kokkerellen, (rond)draaien) [N 108 (2001)]
III-1-2
|
| 33594 |
tomaat |
tomaat:
temat (L416p Opglabbeek),
təmatə (L416p Opglabbeek)
|
tomaat || tomaten (pl) [Goossens 1b (1960)]
I-7
|
| 19542 |
tondeldoos |
vuurketser:
vērkeͅtsər (L416p Opglabbeek)
|
tondeldoos, koperen huls gevuld met licht ontvlambaar materiaal (tintelton, tinteldoos) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 17727 |
tonen |
laten zien:
loate zien (L416p Opglabbeek)
|
Tonen, laten zien (laten zien, tonen, togen) [N 108 (2001)]
III-1-1
|