| 21642 |
muntgeld |
stukken:
ps. omgespeld volgens Frings.
støkə (P222p Opheers)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: muntgeld, klinkend geld in het algemeen [geen bankbiljetten dus] [speeses?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 34392 |
muntig schaap |
breg:
brigǝ (P222p Opheers),
kwee:
kwęi̯ (P222p Opheers)
|
Schaap dat eenmaal gelamd heeft en dan onvruchtbaar blijft. [N 19, 66]
I-12
|
| 34069 |
muntige koe |
muntige koe:
mø̄ntǝgǝ [koe] (P222p Opheers)
|
Koe die men een tijdlang vrij wil houden en daarom niet laat dekken als ze tochtig is. Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe'' (3.3.1). [N 3A, 28]
I-11
|
| 18418 |
muts: algemeen |
muts:
muits (P222p Opheers),
mutz (P222p Opheers),
mŭts (P222p Opheers),
Muts v. oude vrouwen.
møts (P222p Opheers)
|
muts, hoofddeksel zonder klep of stijve rand [klots, koetsj, pars] [N 25 (1964)] || pet, muts, klak [RND]
III-1-3
|
| 33627 |
mutsaard, houtmijt |
motselmijt:
ps. omgespeld volgens Frings.
mi̯oͅtsəlmēͅt* (P222p Opheers),
ps. omgespeld volgens IPA. Opm. v.d. invuller: (m.).
mjotsəlmēͅjət* (P222p Opheers),
mutselmijt:
mjoͅtsəlmēͅt (P222p Opheers)
|
houtmijt, stapel takkebossen [N 05A (1964)] || houtmijt, stapel takkenbossen [N 27 (1965)]
I-7
|
| 30205 |
muurplaat |
muurkeper:
mu.ǝrke.jpǝr (P222p Opheers)
|
Zie kaart. De plank of balk waarmee de buitenmuur aan de bovenzijde wordt afgedekt en waarop het dakgebint rust. Muurplaten worden met behulp van ankers aan de muur bevestigd. Zie ook afb. 49b. Zie voor het woorddeel -worm in het woordtype onderworm ook het lemma 'Gording'. [N 4A, 14g; N 54, 156; monogr.; div.]
II-9
|
| 30178 |
muurstijlen |
stijlen:
stēlǝ (P222p Opheers)
|
De verticale balken van het vakwerk. Zie ook afb. 46 en 47. [N 4A, 52a; monogr.]
II-9
|
| 28708 |
naaien |
lappen:
lapǝ (P222p Opheers)
|
Algemene benaming voor naaien. Informanten uit P 119, P 188 en Q 77 merken op dat de benaming lappen ouder is dan naaien. [N 62, 1a; N 62, 1d; A 2, 70; A 37, 1c; L 31, 46; Gi 1.IV, 12; MW; RND; Wi 40; S 25; monogr.]
II-7
|
| 34013 |
naar links |
prrr:
pr̄ (P222p Opheers)
|
Voermansroep om het paard naar links te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95 c, 95d en 96; L 1 a-m; L B 2, 255; L 26, 2; L 36, 81c; S 12; monogr.]
I-10
|
| 34014 |
naar rechts |
hut:
hyt (P222p Opheers)
|
Voermansroep om het paard naar rechts te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95a en 96; L 1 a-m; L B 2, 256; L 26, 2; L 36, 81d; S 12; monogr.]
I-10
|