| 19333 |
pret, schik |
plezier:
plezeer (L371p Ophoven)
|
een gevoel van vrolijkheid en blijdschap waaraan men duidelijk uiting geeft [plezier, pret, lol, schik] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 23244 |
prevelen |
prevelen:
prevele (L371p Ophoven)
|
Prevelen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23326 |
priester |
priester:
preester (L371p Ophoven)
|
Een priester [preester, prejster, geestelijke]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 24040 |
priester gewijd worden |
priester gewijd worden:
preester gewied wère (L371p Ophoven)
|
Priester gewijd worden. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 24044 |
priesterfeest |
priesterfeest:
preesterfeist (L371p Ophoven)
|
Een priesterfeest. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23414 |
priesterkoor |
koor:
koeer (L371p Ophoven)
|
Het achter de communiebanken gelegen, verhoogde voorste deel van de kerk, waar het hoofdaltaar en de koorbanken zich bevinden [koor, koeër, hoogkoor, priesterkoor?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23307 |
priestersteek met ronde luifel |
steek:
stēk (L371p Ophoven)
|
priestersteek met ronde luifel [N 25 (1964)]
III-3-3
|
| 24041 |
priesterwijding |
priesterwijding:
preesterwieing (L371p Ophoven)
|
De Priesterwijding. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 22862 |
prijzen (mv.) |
prijzen:
prizə (L371p Ophoven)
|
prijzen (mv.) [RND]
III-3-2
|
| 22356 |
priktol |
dop:
dop (L371p Ophoven, ...
L371p Ophoven)
|
Gewone tol (die met een koord wordt geslingerd). [ZND 01u (1924)] || Hoe noemt men een dergelijk stuk speelgoed dat in bezeging wordt gebracht met behulp van een touwtje dat er omheen wordt gedraaid? [priktol] [Lk 03 (1953)]
III-3-2
|