| 20911 |
pruim |
pruim:
proem (L371p Ophoven)
|
[ZND 34 (1940)]
I-7
|
| 20568 |
pruimen |
sjieken:
sikken (L371p Ophoven)
|
pruimen; Hoe noemt U: Tabak kauwen (pruimen, sikken, sjikken) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 18926 |
prutsen |
broddelen:
broddelen (L371p Ophoven),
futselen:
futsələ (L371p Ophoven),
prutsen:
prutsen (L371p Ophoven),
verbroddelen:
verbroddelen (L371p Ophoven),
verkerven:
verkerven (L371p Ophoven)
|
Frutselen (met kleinigheden bezig zijn). [ZND 35 (1941)] || iets slordig doen [leuteren] [N 85 (1981)] || ondegelijk of onvoldoende werk verrichten of ondegelijk aan iets werken [prutsen, fanneken, vrellen, prutten, dooieren, merelen, kloten, klooien, teutelen, zeuren, soeliën, hannesen, treuzelen, teuten, semmelen] [N 85 (1981)] || slecht, slordig werk leveren door onvoldoende kennis [broddelen, brodden, modderen, troddelen, figgelen, knoefelen, foefelen, krabben, fikkelen] [N 85 (1981)] || verkeerd handelen, niet op de goede manier maken [verkerven] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18908 |
prutser |
onhandige, een -:
onhenjige (L371p Ophoven)
|
iemand die onhandig is [kavveleuter, boerenklos, klos] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18930 |
prutswerk |
geknoddel:
geknôeuddəl (L371p Ophoven),
geknoei:
geknoeai (L371p Ophoven),
prutswerk:
prutswerk (L371p Ophoven)
|
Wat een geknoei (slecht en slordig werk). [ZND 35 (1941)] || werk dat ondeugdelijk of ondegelijk is [getotter, prutswerk, kleuterwerk, kutselwerk] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 20578 |
pruttelen |
snurken:
snurken (L371p Ophoven)
|
Hoe noemt U: Snurkende geluiden maken, gezegd van een pijp (smierken, lurken) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 20311 |
puber |
aankomeling:
aankommeling (L371p Ophoven)
|
puber; iemand tussen 15 en 18 jaar, in de levensperiode waarin de geslachtsrijpheid optreedt en zichzelf ontwikkelt, tevens periode van geestelijke rijping [puber, aankomeling] [N 86 (1981)]
III-2-2
|
| 18110 |
puistjes |
puistjes:
puustjes (L371p Ophoven)
|
Puistjes (bobbels, broebels, bulten). [N 109 (2001)]
III-1-2
|
| 18693 |
pullover |
pullover:
pølovər (L371p Ophoven)
|
pullover truivest met mouwen zonder knopen [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 21479 |
punaise |
punaise (fr.):
penaise (L371p Ophoven)
|
een klein metalen stiftje met grote platte kop voor het vastzetten van tekeningen etc. [tetske, punaise] [N 90 (1982)]
III-3-1
|