| 20447 |
rouwsluier aan een hoed |
rouwvoile:
roͅuwvwal (Q012p Rekem)
|
rouwsluier(s) aan een hoed [N 25 (1964)]
III-2-2
|
| 28078 |
roven |
(stempels) kloppen:
(stempels) kloppen (Q012p Rekem
[(Zwartberg / Eisden)]
[Zwartberg, Waterschei])
|
De ondersteuningen wegnemen uit het ontkoolde pand. Met de term "snoeien" duidt men volgens de invullers uit Q 15 en Q 113 op respectievelijk de mijnen Maurits en de Emma het geheel of gedeeltelijk doorsteken van houten stijlen aan. [N 95, 568; N 95, 544; N 95, 571; N 95, 355; monogr.]
II-5
|
| 28080 |
rover |
foudroyeur:
foudroyeur (Q012p Rekem
[(Eisden)]
[Winterslag, Waterschei, Eisden]),
klopper:
klopper (Q012p Rekem
[(Zwartberg)]
[Zwartberg, Waterschei])
|
Mijnwerker die de ondersteuningen uit het ontkoolde pand verwijdert. Men noemt ze "rovers" omdat ze de stutten wegnemen of roven alhoewel ze hun "buit" in het pand nevens de transportinstallaties achterlaten ter beschikking van de houwers van de volgende ploeg. De benaming "mannetjesklopper" halen ze uit het feit dat ze de spie van de metalen schuifstempels - waarin men met wat verbeelding het silhouet van een ijzeren "mannetje" kan vinden - met een lange hamer uit haar slot kloppen, waardoor de stempel ineenschuift (Defoin pag. 101). [N 95, 569; monogr.; Vwo 269; Vwo 385; Vwo 390; Vwo 500; Vwo 672; Vwo 719]
II-5
|
| 24524 |
rozenbottel |
papenmuts:
pāpəmoets (Q012p Rekem)
|
rozebottel [ZND 02 (1923)]
III-4-3
|
| 20851 |
rozijnenbrood |
rozijnenweg:
rəzinəwɛ̝k (Q012p Rekem)
|
brood, waarin rozijnen gebakken worden [N 29 (1967)]
III-2-3
|
| 28372 |
rubber transportband |
riem:
rēm (Q012p Rekem
[(Zwartberg / Eisden)]
[Maurits])
|
Transportband, vervaardigd uit rubber. [N 95, 644; monogr.]
II-5
|
| 17767 |
rug |
rug:
reͅk (Q012p Rekem),
roek (Q012p Rekem),
roͅek (Q012p Rekem),
rø̜k (Q012p Rekem),
rûk (Q012p Rekem)
|
de rug [ZND 29 (1938)] || rug [ZND 06 (1924)], [ZND m] || Zie afbeelding 2.29. [JG 1a, 1b; N 8, 12]
I-9, III-1-1
|
| 32882 |
rug van het blad van de zeis |
rug:
rø̜k (Q012p Rekem)
|
De opstaande stevige rand aan de buitenzijde van het blad van de zeis. Zie afbeelding 5, nummer 5. [N 18, 68e; JG 1a, 1b]
I-3
|
| 19404 |
rug van het lemmer |
botte kant:
bòttə kàànt (Q012p Rekem)
|
De niet-scherpe zijde van een mes (rug, botte kant) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 17640 |
ruggengraat |
ruggenstrang:
ruggestrank (Q012p Rekem),
Franse <g>.
ruGGestrank (Q012p Rekem)
|
Ruggegraat (ruggestrank, rozenkrans). [N 109 (2001)]
III-1-1
|