| 18955 |
lepe, doortrapte kerel |
slimme, een -:
slimme (Q168a Rijkhoven)
|
doortrapte kerel [ZND 30 (1939)]
III-1-4
|
| 19553 |
lepel |
lepel:
leupel (Q168a Rijkhoven)
|
Lepel (juiste dialectuitspraak) [ZND 37 (1941)]
III-2-1
|
| 21554 |
leugen / gelogen |
gelogen (volt.deelw.):
das gelwoge (Q168a Rijkhoven)
|
Dat is een leugen. [ZND 37 (1941)]
III-3-1
|
| 19383 |
leunstoel |
leenstoel:
leͅnstul (Q168a Rijkhoven, ...
Q168a Rijkhoven),
lenenstoel:
lēͅnəstul (Q168a Rijkhoven, ...
Q168a Rijkhoven),
zetel:
zēͅtəl (Q168a Rijkhoven, ...
Q168a Rijkhoven)
|
een leuningstoel [ZND 30 (1939)] || leuningstoel [ZND 01 (1922)]
III-2-1
|
| 21341 |
leurder |
bedelaar:
bêdelar (Q168a Rijkhoven),
verkoopman:
verkuupman (Q168a Rijkhoven)
|
een venter (die van deur tot deur waren verkoopt) [ZND 28 (1938)]
III-3-1
|
| 20188 |
leven (zn) |
leven:
lève (Q168a Rijkhoven)
|
leven; in de fleur van zijn leven [ZND 35 (1941)]
III-2-2
|
| 21002 |
leverpastei |
pat:
pā.tē (Q168a Rijkhoven)
|
leverpastei [Goossens 1b (1960)]
III-2-3
|
| 20514 |
leverworst |
leverworst:
lɛ̄vərwoͅs (Q168a Rijkhoven)
|
leverworst [Goossens 1b (1960)]
III-2-3
|
| 21506 |
liberaal |
liberaal:
hè es ’ne liberaal (Q168a Rijkhoven)
|
Het is een liberaal. [ZND 37 (1941)]
III-3-1
|
| 17540 |
lichaam |
corpus (lat.):
Heel het lichaam
korpes (Q168a Rijkhoven),
gestel:
gestel (Q168a Rijkhoven),
lijf:
laief (Q168a Rijkhoven)
|
het lichaam [ZND 30 (1939)] || het lijf [ZND 30 (1939)]
III-1-1
|