| 33218 |
op een hoop gooien |
op een hoop schudden:
ǫp ęi̯nǝ hǫu̯p šødǝ (L329p Roermond)
|
Het uitstorten van de aardappelen in de kuil. [N 12, 29; monogr.]
I-5
|
| 25094 |
op een rij zetten |
op een rij zetten:
op ein rie zittə (L329p Roermond),
op ein riej zitte (L329p Roermond)
|
op een rij zetten [hagen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 17934 |
op een sukkeldrafje lopen |
langzaam draven:
(F)
lanksaam draave (L329p Roermond),
op een drafje:
ǫp ǝn drɛfkǝ (L329p Roermond),
op een drafje lopen:
op ein drefke gaon (L329p Roermond),
op ein drefke loupe (L329p Roermond),
op een schokje lopen:
op n schökske gaon (L329p Roermond),
schokken:
zokke (L329p Roermond)
|
[N 8, 81a, 81d en 83]lopen: op een sukkeldrafje lopen [schokke, op n schökske loope] [N 10 (1961)]
I-9, III-1-2
|
| 32922 |
op heukelingen zetten, zwelen |
oppers maken:
(oppers) mākǝ (L329p Roermond)
|
Het bijeenwerken van de langwerpige heuveltjes tot de kleinste soort hopen: heukelingen of heukels. Het voorwerp van de overgankelijke werkwoorden is steeds: hooi. Wanneer het resultaat van de handeling, i.c. de heukeling, in het woordtype voorkomt, wordt steeds door middel van (...) verwezen naar de woordtypen van het lemma ''heukeling''. Om de vergelijking te vergemakkelijken is in dit lemma dezelfde volgorde van woordtypen of afleidingen daarvan aangehouden als in het lemma ''heukeling''. In dit en in de volgende lemma''s komen het woordtype opper en de afleidingen daarvan, zoals opperen, voor. Het type kent een achttal mogelijke typevarianten die onderling geen voorkeursvolgorde hebben: opper, upper, oppel, uppel, hopper, hupper, hoppel, huppel. In dit en in de volgende lemma''s zijn de vormen met en zonder begin-h als aparte woordtypen behandeld; de andere vormen staan steeds in dezelfde volgorde. De kaarten 39, 41 en 43, respectievelijk "op heukelingen zetten", "op hopen zetten" en "op oppers zetten" hebben alle drie dezelfde opbouw, die weer in verband staat met de opbouw van de kaarten 40, 42 en 44: "heukeling", "hoop" en "opper". Voor deze zes kaarten zijn ook dezelfde symbolen voor gelijke opgaven gebruikt. [N 14, 103; JG 1a, 1a, 1c; monogr.]
I-3
|
| 33851 |
op hol slaan |
op hol slaan:
ǫp hǭl slǭn (L329p Roermond)
|
Aan het hollen gaan, niet meer aan het commando gehoorzamen. [JG 1a, 1b; N 8, 81f]
I-9
|
| 27155 |
op hopen zetten |
opopperen:
ǫpǫpǝrǝ (L329p Roermond)
|
Het bijeenwerken in hopen die aanzienlijk groter zijn dan heukelingen, maar nog niet zo groot als oppers. Het voorwerp van de overgankelijke werkwoorden is steeds: hooi. Wanneer het resultaat van de handeling, i.c. de hoop, in het woordtype voorkomt, wordt steeds door middel van ø...ŋ verwezen naar de woordtypen van het lemma ''hoop, tussen heukeling en opper''. Om de vergelijking te vergemakkelijken is in dit lemma dezelfde volgorde van woordtypen of afleidingen daarvan aangehouden als in het lemma ''hoop, tussen heukeling en opper''.' [N 14, 107]
I-3
|
| 22460 |
op kraamvisite gaan |
op kraambezoek gaan:
op kraombezeuk gaon (L329p Roermond)
|
Op kraamvisite gaan [met de krommen arm gaan, met de kromme slip gaan, op de suikerbeschuit gaan]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 32927 |
op oppers zetten, opperen |
op grote oppers zetten:
ǫp [grote oppers] ˲zetǝ (L329p Roermond)
|
Het bijeenwerken in de grootste soort hooihopen, oppers, die in het veld en direct op de grond, worden gemaakt; ze kunnen wel tot 3 meter hoog worden opgezet. Het voorwerp van de overgankelijke werkwoorden is steeds: hooi. Wanneer het resultaat van de handeling, i.c. de opper, in het woordtype voorkomt, wordt steeds door middel van ø...ŋ verwezen naar de woordtypen van het lemma ''opper''. Om de vergelijking te vergemakkelijken is in dit lemma dezelfde volgorde van woordtypen of afleidingen daarvan aangehouden als in het lemma ''opper''.' [N 14, 111; JG 1a, 1b; monogr.]
I-3
|
| 21197 |
op reis gaan |
op reis zijn:
op reis zeen (L329p Roermond)
|
op reis gegaan zijn [te mantij zijn] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 23675 |
op retraite gaan |
in retraite (fr.) zijn:
in retraite zeen (L329p Roermond)
|
In retraite gaan, in retraite zijn. [N 96B (1989)]
III-3-3
|