| 34035 |
rode koe met witte kop en rode vlekken om de ogen |
blaar:
blǭr (L373p Roosteren),
blaarkop:
blārkǫp (L373p Roosteren)
|
[N 3A, 125b]
I-11
|
| 20655 |
rode kool |
rode kool:
roje kool (L373p Roosteren),
roje kuël (L373p Roosteren)
|
Rode kool (als plant of gewas) [N Q (1966)] || rode kool als gerecht [N Q (1966)]
I-7, III-2-3
|
| 24235 |
roek |
kraan:
kroan (L373p Roosteren),
roek:
roek (L373p Roosteren),
eigen spelling; omgespeld
ruk (L373p Roosteren)
|
Hoe heet de roek? [DC 06 (1938)] || roek || roek (46 bekende vogel; zwart met paarsige glans; kale rand boven aan de snavel; broedt in kolonies; leeft in troepen; roep [kao-kao-kao], [waaak] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 34546 |
roep- en lokwoord voor de eend |
wiele, wiele:
wilǝ, wilǝ (L373p Roosteren)
|
[L 18, 2; L B2, 259b; GV 2, 2k; VC 14, 2r -r-; Vld.; N 19, 74, Q 111 add.; A 6, Q 36 add.; monogr.]
I-12
|
| 34552 |
roep- en lokwoord voor de gans |
wiele, wiele:
wilǝ, wilǝ (L373p Roosteren),
wiele, wiele, wiele:
wilǝ, wilǝ, wilǝ (L373p Roosteren)
|
Naast het roepen van namen kan men de ganzen ook lokken door met de tong te klakken of te fluiten. [VC 14, 2p -r-; L 47, 9d; A 6, 6]
I-12
|
| 34547 |
roep- en lokwoord voor de jonge eend |
wiele, wiele:
wilǝ, wilǝ (L373p Roosteren)
|
[VC 14, 2s -r-; monogr.]
I-12
|
| 34553 |
roep- en lokwoord voor de jonge gans |
wiele, wiele:
wilǝ, wilǝ (L373p Roosteren)
|
[VC 14, 2q (r]
I-12
|
| 34557 |
roep- en lokwoord voor de kalkoen |
schroet, schroet, schroet:
šrūt, šrūt, šrūt (L373p Roosteren)
|
Men kan de kalkoen roepen door het geluid van hen na te bootsen. Omdat ze vaak grootgebracht worden samen met de kippen, worden ze ook wel (L 191 (Afferden), 245b (Tienray), Q 2 (Hasselt), 192 (Margraten), 195 Sint-Geertruid)) gelokt met roepwoorden voor kippen. Een andere mogelijkheid tot lokken is dat men fluit of een bepaald keelgeluid (L 360 (Bree)) maakt. [L 47, 9C; A 6, 4]
I-12
|
| 34528 |
roep- en lokwoord voor de kip |
tiet, tiet:
tit, tit (L373p Roosteren),
tiet, tiet, tiet:
tit, tit, tit (L373p Roosteren)
|
Naast de verschillende roepwoorden kan men de kippen ook lokken door een zuigend klappend geluid te maken met de tong tegen de tanden (P 176 (Sint-Truiden)) of door te fluiten (Q 2 (Hasselt)). [N 19, 44a; L 47, 9a; A 6, 2b; A 6, 2a; VC 14, 2n -r-; Vld.; L B2, 259a; monogr.]
I-12
|
| 34218 |
roep- en lokwoord voor de koe |
kom dè:
kōm dɛ (L373p Roosteren)
|
Men roept de koe naast de algemene benamingen koe, muk enzovoorts ook met het noemen van de kleur, b.v. zwarte en met een eigennaam als Lies en Berta. [N C, 16; VC 14, 2a (r]
I-11
|