| 33034 |
hoeveelheid halmen voor een halve schoof |
geleg:
gǝlęx (L420p Rotem)
|
In het zuiden van Belgisch Limburg waar met de zicht wordt gemaaid kent men het begrip "ongebonden halve graanschoof"; de maaier haalt met één keer inkappen en uitwinnen de hoeveelheid halmen voor een halve schoof bijeen. In de rest van het onderzoeksgebied komt het begrip niet voor. Zie ook de algemene toelichting bij deze paragraaf en kaart 19. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; Goossens 1963, krt. 29; monogr.]
I-4
|
| 32937 |
hoeveelheid hooi die men opsteekt |
gaffel:
gafǝl (L420p Rotem)
|
De hoeveelheid hooi die de opsteker in één keer met z''n gaffel aangeeft aan de optasser. Zie voor het vocalisme van het woordtype riek de opmerking in de semantische toelichting bij het lemma ''houten schudgaffel'' en bij het lemma ''hooihark''.' [N 14, 118; A 34, 5a]
I-3
|
| 18307 |
hoge herenschoen |
hoge schoen:
hoeg sjoon (L420p Rotem),
ūəx šōən (L420p Rotem)
|
herenschoenen, hoge ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18258 |
hoge hoed |
buis:
bøͅis (L420p Rotem),
steek:
stiək (L420p Rotem)
|
hoed, hoge ~, gedragen bij rouwgelegenheden [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 20448 |
hoge hoed bij begrafenis |
buis:
bøͅis (L420p Rotem),
steek:
stiək (L420p Rotem)
|
hoed, hoge ~, gedragen bij rouwgelegenheden [N 25 (1964)]
III-2-2
|
| 32445 |
hoge klomp |
hoge klomp:
hōǝgǝ [klomp] (L420p Rotem),
schippersklomp:
šepǝrs[klomp] (L420p Rotem)
|
Klomp met een hoge en lange, tot boven de wreef doorlopende kap. De klompopening sluit bij dit type klompen goed om de voet zodat er geen klompenriem nodig is. Zie ook afb. 259. Het woord(deel) klomp is fonetisch gedocumenteerd in het lemma ɛklompɛ. De kapklomp die in en rond Venray (L 210) bekend was, was een luxe hoge klomp die versierd was met koperen spijkers. Hij was volgens het Venrays woordenboek (pag. 227), ondanks de hoge kap toch van een leren band voorzien en werd op zondag gedragen.' [N 24, 70b; monogr.]
II-12
|
| 18376 |
hoge klomp? |
hoge klomp:
hoge klomp (L420p Rotem),
schippersklomp:
šepərsklompə (L420p Rotem)
|
klomp met hoge huif, hoge klomp, zonder riem gedragen [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18352 |
hoge rijgschoen |
bottine:
bottines (L420p Rotem),
bottinetje:
boͅtenəkəs (L420p Rotem)
|
rijgschoenen, hoge ~ voor dames [petiens, bottines] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18350 |
hoge schoen met elastieken tussenstukken |
mocassin (fr.):
mōkasēͅs (L420p Rotem)
|
schoenen, hoge ~ met elastieken tussenstukken in de schacht [boddekeens] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18349 |
hoge waterdichte schoen |
tongschoen:
tóngsjoon (L420p Rotem)
|
schoenen, hoge waterdichte ~ met waterkap [snöwschoen, tongschoen] [N 24 (1964)]
III-1-3
|