| 20131 |
een hond vleien |
flemen:
fli-emə (Q098p Schimmert),
vleien:
eine hond vleje (Q098p Schimmert)
|
Hoe noemt u een hond vleien (fluren, flemen) [N 83 (1981)]
III-2-1
|
| 19855 |
een huis huren |
huren:
hø̄rə (Q098p Schimmert),
pachten:
pachte (Q098p Schimmert),
paxtə (Q098p Schimmert)
|
een huis huren [DC 35 (1963)] || huren [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 30049 |
een huis uitzetten |
(een/het) huis uitzetten:
ęjn hūs˱ zętǝ (Q098p Schimmert)
|
De omtrek van een te bouwen huis met palen en planken uitzetten. [N 30, 24a; monogr.]
II-9
|
| 31560 |
een inscriptie uitbijten |
etsen:
ɛtsǝ (Q098p Schimmert)
|
Met behulp van een bijtende vloeistof en bijenwas een inscriptie in koper aanbrengen. Om een versiering in koper te etsen, werd eerst een laag bijenwas of kaarsenvet aangebracht waarin vervolgens met behulp van een scherp voorwerp een inscriptie werd gekrast. Daarna werd het voorwerp begoten met salpeterzuur. Op de plaatsen waar de bijenwas was weggekrast, beet het salpeterzuur in het koper terwijl de met bijenwas bedekte delen van het werkstuk onbehandeld bleven. (Kolle, pag. 11). [N 66, 38a-b]
II-11
|
| 20508 |
een kater hebben |
een kater hebben:
enne kāāter hubbe (Q098p Schimmert),
kapot zijn:
kapot zin (Q098p Schimmert)
|
kater hebben; Hoe noemt U: Zich niet lekker voelen de dag na een flinke drinkpartij (een kater hebben) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 30125 |
een keldergewelf maken |
welven:
wølǝvǝ (Q098p Schimmert),
wø̄lǝvǝ (Q098p Schimmert)
|
Wanneer men een kelder van troggewelven wil voorzien, worden er eerst van muur tot muur ijzeren profielbalken gelegd op een onderlinge afstand van 1,5 m. Tussen de balken worden vervolgens de gewelven gemetseld, waarbij als tijdelijke steun een formeel wordt gebruikt. [N 32, 20c; monogr.]
II-9
|
| 20175 |
een kind op de arm dragen |
op de arm dragen:
op de êrm drage (Q098p Schimmert),
peizen:
peize (Q098p Schimmert)
|
een kind op de arm dragen [peizen] [N 87 (1981)]
III-2-2
|
| 23755 |
een kruisje geven |
een kruisje geven:
kruutske gèève (Q098p Schimmert)
|
Een kind voor het slapen gaan met de duim een kruisje geven op het voorhoofd. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23707 |
een kruisje op het brood maken |
een kruisje maken onder de weg:
kruitske ùnder de wèk maken (Q098p Schimmert)
|
Het gebruik om een brood met het mes te bekruisen, voordat men het aansnijdt; men maakte met het broodmes een kruisje aan de onderkant van het brood [n kruuske ónder de mik maake?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23706 |
een kruisteken maken |
n kruus maake:
kruus slaon (Q098p Schimmert)
|
Een kruisteken maken/slaan, zich bekruisen, zich zegenen [zich bekruuse [N 96B (1989)]
III-3-3
|