| 33044 |
mathaak |
zichtehaak:
zextǝhǭk (Q032p Schinnen)
|
Doorgaans licht gebogen ijzeren tand aan een houten steel, die bij het maaien met de zicht gebruikt wordt om het graan bij het eigenlijke inkappen op te tillen en om het afgeslagen graan bij elkaar te trekken. In de volgende plaatsen geen specifieke benaming bekend: L 316, 317, 355, 356, 358, 363, 365, 366, 368, 413. Voor de fonetische documentatie van het woorddeel [zicht]- zie het lemma ''zicht'' (4.3.1). Vergelijk ook de betekeniskaart 30 bij het lemma ''zicht'' (4.3.1) voor de geografische uitbreiding van pik in de betekenis "zicht" naast die van pik in de betekenis "mathaak". Zie afbeelding 5. [N 18, 72 en 73; JG 1a, 1b, 2c; A 14, 10; L 45, 10; R 3, 66; Gwn 7, 5; monogr.; add. uit N 11, 88; N 15, 16c en 16g; A 4, 28; A 23, 16.2; L 20, 28; Lu 1, 16.2]
I-4
|
| 22491 |
matsen |
opeenspelen:
opeinsjpeele (Q032p Schinnen),
spannen:
sjpannen (Q032p Schinnen)
|
In het voordeel van een ander spelen, met een andere speler samenspelen [materen, opeenspelen, opspannen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 30606 |
matte vernis |
matte vernis:
mat˲ vǝrnes (Q032p Schinnen)
|
Vernis die mat opdroogt. Matte vernis wordt hoofdzakelijk toegepast op blank hout of de nabootsing daarvan, alsook op decoratief schilderwerk, dat niet glanzend kan worden afgewerkt en door omstandigheden nu en dan schoongemaakt moet worden. Voor buitenwerk is matte vernis niet geschikt. [N 67, 21b]
II-9
|
| 30603 |
matverf |
matverf:
mat˲[verf] (Q032p Schinnen)
|
Verf die na droging een mat oppervlak vertoont. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel '-(verf)' het lemma 'Verf'. [N 67, 19f]
II-9
|
| 20909 |
mayonaise |
mayonaise:
màjjənéés (Q032p Schinnen)
|
mayonaise [RND]
III-2-3
|
| 18129 |
mazelen |
mazelen:
mazele (Q032p Schinnen),
mazelen (Q032p Schinnen)
|
Hoe noemt men de besmettelijke kinderziekte waarbij de huid vele kleine rode vlekjes vertoont (Nederl. mazelen)? [DC 25 (1954)] || mazelen [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 18235 |
medaillon |
medaille:
mədaalə (Q032p Schinnen),
medaillon:
medaljon (Q032p Schinnen)
|
rond, ovaal- of hartvormig sieraad waarin een portretje of iets dergelijks bewaard wordt [medaillon, mejonneke, boot, coulant] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 23744 |
medaillon met lam gods |
agnus dei:
Agnus Dei (Q032p Schinnen)
|
Een hartvormig medaillon van was, waarop een lam met kruisvaan is afgebeeld. Dit medaillon werd gedragen [Agnus Dei, Lam Gods?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 20925 |
mede |
mede:
mel (Q032p Schinnen)
|
mede (drank) [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 18855 |
medelijden |
compassie:
kompasse (Q032p Schinnen),
kompassie (Q032p Schinnen),
kompàssə (Q032p Schinnen),
metlijden:
mitliejə (Q032p Schinnen)
|
een gevoel van smart over het leed van andere mensen [medelijden, kompassie, deernis, deer] [N 85 (1981)]
III-1-4
|