| 30636 |
daskwast |
daskwast:
daskwas (Q032p Schinnen)
|
Zachte kwast, doorgaans van dassehaar vervaardigd, die wordt gebruikt om kwaststrepen in pas aangebrachte verf weg te werken. [N 67, 33a]
II-9
|
| 33519 |
dauw op vruchten |
dauw:
douw (Q032p Schinnen),
eigen spellingsysteem
dauw (Q032p Schinnen)
|
Het tijdens de rijping op druiven, pruimen, appelen, etc. ontstane laagje dat de glans verdoft en aan de vruchten een frisse aanblik geeft (dauw, loom, dons, was). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 22521 |
dauwtrappen |
dauwtrappen:
dauwtrappe (Q032p Schinnen)
|
Het volksgebruik om op hemelvaartsdag (maar ook op de 2e pinksterdag of de eerste zondag in mei) vroeg naar buiten te gaan en zich daar te ontspannen [dauwtrappen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 23992 |
de absolutie geven |
absolutie (<fr.) geven:
de absolusie giëve (Q032p Schinnen)
|
De absolutie geven [absolvere]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23256 |
de avond luiden |
de avondsklok luiden:
de kuster loedt de aovesklok (Q032p Schinnen),
de oavesklok (Q032p Schinnen)
|
Het angelus luiden aan het begin van de avond [het luidt......?] [de koster luidt......?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 18898 |
de baas spelen |
baas spelen:
baas sjpeelə (Q032p Schinnen),
beheren:
beheire (Q032p Schinnen),
bəhieərə (Q032p Schinnen),
regeren:
regeren (Q032p Schinnen)
|
de baas spelen, het voor het zeggen willen hebben [oversukkelen] [N 85 (1981)] || de verantwoording hebben over een zaak of instelling [beheren, regeren] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 23888 |
de catechismusles bijwonen |
naar de catechismus gaan:
nao de kategismes goan (Q032p Schinnen)
|
De katechismusles bijwonen. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23892 |
de catechismusles verzuimen |
verzuimen:
verzoeme (Q032p Schinnen)
|
De katechismusles verzuimen. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 24052 |
de communie brengen aan een zieke |
communie (<lat.) brengen:
kemmunie brēnge (Q032p Schinnen),
de communie (<lat.) brengen:
de kèmune brenge (Q032p Schinnen)
|
De communie brengen aan een zieke thuis, bijv. op de eerste vrijdag van de maand [inne ózzen Herrejot bringe, inne verzieë]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 20445 |
de dode naar de kerk brengen |
het lijk naar de kerk brengen:
(het) liek nao de kirk brenge (Q032p Schinnen)
|
het lijk naar de kerk brengen [bijv. door buurtbewoners] [N 96D (1989)]
III-2-2
|