| 34454 |
mekkeren |
mekkeren:
mɛkǝrǝ (L266p Sevenum)
|
Geluid voortbrengen, gezegd van de geit. [N 19, 76b; monogr.]
I-12
|
| 24872 |
melganzenvoet |
schietmelde:
WBD
schietmelde (L266p Sevenum),
WLD
schiet-mèlt (L266p Sevenum)
|
Melganzevoet (chenopodium album 30 tot 100 cm hoge plant. De stengels staan rechtop en zijn vertakt; de bladeren zijn zeer verschillend van vorm, tevens onregelmatig getand, de bovenste gaafrandig, aan de buitenkant dofgroen, de onderkant wit-melig best [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 20970 |
melig |
melig:
WLD
maelig (L266p Sevenum),
maèlig (L266p Sevenum)
|
Te rijp en daardoor droog en korrelig, gezegd van een vrucht (meelachtig, melen, versleten, melig). [N 82 (1981)]
III-2-3
|
| 34237 |
melk |
melk:
męlǝk (L266p Sevenum),
mɛlk (L266p Sevenum),
mɛlǝk (L266p Sevenum)
|
De hoofdzakelijk uit water, eiwit, vet en melksuiker bestaande witte vloeistof die door het vrouwelijk rund wordt afgescheiden. Op de kaart is het woordtype melk niet opgenomen. [A3, 3; A 11, 1c; A 17, 17; A 7, 14; RND 40; RND 127; S 23; JG 1a, 1b, 2c; L 1a-m; L 4, 3; L 29, 5; NE 3, V 6n; Vld.; Gwn 10, 1; monogr.]
I-11
|
| 33882 |
melk van het paard |
paardsmelk:
pęrsme̜lǝk (L266p Sevenum)
|
De biest- of paardsmelk bevat ingrediënten die het veulen tegen verscheidene ziekten weerstand geven en die er bovendien voor zorgen dat het darmpek, de taaie, donkere substantie die zich in de darmen van het pasgeboren veulen bevindt (zie het lemma ''de eerste uitwerpselen van het veulen'' (5.7)), verwijderd wordt.' [N 8, 32.6 en 57]
I-9
|
| 34241 |
melk zeven |
zijen:
zei̯ǝ (L266p Sevenum)
|
De melk door een doek, zeef of filter laten vloeien om de melk te zuiveren van onbruikbare of verontreinigende stoffen of bestanddelen. [S 46; Wi 30; monogr.; add. uit N 12, L 324]
I-11
|
| 34095 |
melkaders |
melkaderen:
mɛlkǭrǝ (L266p Sevenum)
|
De aders langs de buik naar de uier. [N 3A, 118a]
I-11
|
| 21288 |
melkboer |
melkboer:
mɛləkbo.ər (L266p Sevenum)
|
melkboer [RND]
III-3-1
|
| 24808 |
melkdistel |
melkdistel:
melk-deestel (L266p Sevenum),
WBD
mèlkdeestel (L266p Sevenum),
WLD
mèlk-deestel (L266p Sevenum)
|
Melkdistel (sochus oleraceus 20 tot 100 cm groot. De bladeren zijn meestal ingesneden en de stengel omvattend, zacht stekelig getand, dofgroen van kleur. De bloemhoofdjes zijn klein, de bloemen zijn lichtgeel. Bloeitijd van juni tot oktober (zijdistel, [N 92 (1982)] || Melkdistel (Sochus oleraceus) [N 92 (1982)]
I-7, III-4-3
|
| 34226 |
melken |
melken:
mɛlkǝ (L266p Sevenum)
|
Melk uit de uiers van de koe drukken. Zie afbeelding 9. [L 38, 44; JG 1a, 1b; Wi 26; Vld.; monogr.]
I-11
|