| 26749 |
turfbijl |
aks:
aks (L266p Sevenum)
|
Bijl waarmee men veenpuisten doorhakt. Ze wordt ook wel eens gebruikt om turven uit de turfgrond te slaan. Uit N 18, 45 zijn alleen die opgaven verwerkt die op het loshakken van turf of zoden slaan of op turf betrekking hebben. [I, 23; N 18, 45]
II-4
|
| 34604 |
turfhekken |
schuthekken:
sxøthękǝ (L266p Sevenum)
|
Aparte hekken die voor, achter en opzij op de kar gezet worden om turf te vervoeren. Aanvulling van de lemmata voorhek op de kar en achterhek op de kar in wld II.4. [N 17, 72a + c]
I-13
|
| 26817 |
turfhoop, bestemd voor de verkoop |
turfhoop:
tø̜rǝfhuǝp (L266p Sevenum)
|
[I, 82]
II-4
|
| 20116 |
turfmolm |
bonksel:
boŋksǝl (L266p Sevenum),
gemul:
gemul (L266p Sevenum),
gǝmøl (L266p Sevenum)
|
[SGV (1914)]Afval van turf, losse rommel, boomaarde. In dit lemma zijn de opgaven van de enquête S samengevoegd met de opgaven van de enquêtevraag I, 32. Men moet wel beseffen dat hierdoor verschillende soorten molm aangeduid kunnen worden. Maar in beide enquêtes werd duidelijk gevraagd naar de "turfmolm"; vandaar dat beide vragen hier verwerkt zijn. [I, 32; S 24]
I-7, II-4
|
| 26831 |
turfschuurtje |
turfschop:
tø̜rǝfsxop (L266p Sevenum)
|
Turfschuur of turfschop bestemd voor de berging van turf. Uit de vraag N 5AII, 80b "Hoe noemt u het gebouwtje, afdak of hok voor brand-hout of turf"? zijn in dit lemma die antwoorden verwerkt die speciaal duiden op een turfschop. [monogr.]
II-4
|
| 26795 |
turfspa |
spa(de):
spa(de) (L266p Sevenum),
turfspa(de):
turfspa(de) (L266p Sevenum),
tørǝfspā (L266p Sevenum)
|
Afhankelijk van de plaats de gebruikelijke schop om turf te steken. In het algemeen een schop met een blad zo breed als een turf breed is en lang als een turf lang is of kan zijn. [N 18, 17; I, 55; monogr.]
II-4
|
| 27050 |
turfstapel |
buit:
bølt (L266p Sevenum)
|
Grote turfbult of turfmijt. [II, 84c]
II-4
|
| 26695 |
turfsteken voor eigen gebruik |
pelen:
piǝlǝ (L266p Sevenum),
voor eigen gerief steken:
vør ęjgǝ gǝrēf stē̜kǝ (L266p Sevenum)
|
De boer of kleingebruiker steekt jaarlijks een hoeveelheid turf die hij nodig heeft voor de winter. Het steken voor eigen gebruik is de oudste manier van vervenen. [I, 12]
II-4
|
| 26723 |
turfveld |
turfveldje:
tø̜rǝfvɛltjǝ (L266p Sevenum),
veldje:
vɛltjǝ (L266p Sevenum)
|
Klein perceel waar de boeren turfsteken. De grootte ervan hangt af van de dikte van de turflagen. In L 265 is zo''n perceeltje tien meter lang en vier meter breed. [I, 117]
II-4
|
| 34204 |
tussenklauwontsteking |
haarworm:
hōrwǫrm (L266p Sevenum)
|
Door het binnendringen van scherpe voorwerpen zoals spijkers, stenen of strohalmen tussen de klauwen van een koe kunnen kleine wondjes ontstaan. Door infectie kan een pijnlijke zwelling ontstaan, waardoor de klauwen van elkaar kunnen worden gewrongen. Tussenklauwontsteking is vaak een naziekte van mond- en klauwzeer. Zie ook het lemma ''tussenklauwontsteking'' in wbd I.3, blz. 482-483. [N 3A, 81; N 52, 10; A 48A, 14]
I-11
|