e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Sittard

Overzicht

Gevonden: 6601

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aardbei aardbei: aardbei (Sittard), aartbei (Sittard), erbel: erbel (Sittard, ... ), érbəl (Sittard), ideosyncr.  erbel (Sittard), erbelle (Sittard) [DC GV (1935) M] [ZND 19A (1936)]aardbei [SGV (1914)] || De bekende, fris smakende rode vrucht van de aardbeienplant (aadbissem, aardbeer, aardbees, jaarbees, aardbezie, freis). [N 82 (1981)] I-7
aardbeienvlaai aardbelenvla: erbelevla (Sittard, ... ), erbelevlaa (Sittard) Vla met vulling van aardbeien [N 16 (1962)] III-2-3
aarde, grond aarde: aerd (Sittard), drek: drek (Sittard), grond: grŭntj (Sittard) aarde || aarde (grond) [SGV (1914)] || grond, aarde III-4-4
aarden aarden: aarden (Sittard), aare (Sittard) aarden, wennen || zich op een andere plaats waar men zich gevestigd heeft, thuis gaan voelen [aarden, de aard krijgen] [N 85 (1981)] III-1-4
aarden pot aarden pot: ē̜rdǝ pǫt (Sittard), uiltje: ȳlkǝ (Sittard  [(klein aarden kruikje of potje)]  ) Aarden pot, bleekbruin van kleur. Dorren (Valkenburgs Woordenboek) merkt op pag. 15 over de term baar op: ø̄̄Naar de grootte onderscheidt men één-, twee- en drieschildersbaren, wijl ze gemerkt zijn met één, twee of drie schildjes (reliefstempels), met een inhoud van circa 20, 30 en 40 liter.ø̄̄ De driekroonse pot was een verglaasde pot voor het inmaken van zuurkool, braadworst en bonen. De pot was gemerkt met drie kroontjes en had een inhoud van 20 tot 50 liter. Het woordtype driekronenpot duidt waarschijnlijk een vergelijkbare pot aan. Zie hiervoor ook de toelichting bij het lemma ɛstroopvatɛ in wld II.2, pag. 59.' [N 49, 103b; L 1a-m; L 32, 15a; L 32, 15b; R 3, 5; S 1; monogr.] II-8
aardewerk aarden schotelen: aerde sjotele (Sittard), aardewerk: aerdewerk (Sittard), kleiwerk: letterlijk overgenomen  klɛiwɛrk (Sittard), porselein: porselein (Sittard), steengoed: sjteingout (Sittard) aardewerk || aardewerk (eerdegoed, gleiwerk) [N 20 (zj)] || steengoed, verglaasd aardewerk III-2-1
aardmannetje (kabouter) abelemannetje: awbelemenke (Sittard) aardmannetje [SGV (1914)] III-3-3
aars vot: vǫt (Sittard) [JG 1a, 1b; N 8, 13, 32.9 en 35] I-9
aarzelen aarzelen: aarzelen (Sittard), in bedrag staan: in bedraag sjtoan (Sittard), treuzelen: treuzelen (Sittard) aarzelen [SGV (1914)] || bang om iets te doen, niet durven doen [aarzelen, twijfelen, tukken, treuzelen, teutelen, draaien] [N 85 (1981)] || uit besluiteloosheid zich weerhouden, niet goed durven [aarzelen, dubben, teutelen, pieraarzen, dobben] [N 85 (1981)] III-1-4
aas in het kaartspel aas: aos (Sittard, ... ), harten oas (Sittard), oaze (Sittard), roeten oas (Sittard), Klaaverenaos, -keuning, -dam, -boer: klaveraas, -koning, -vrouw, -boer enz.  aos (Sittard), Sjöppenaos, -keuning, -dam of -boer: Schoppenaas, -heer, -dame, -boer.  aos (Sittard), Sub hartenaos v/m, -keuning, -dam, -boer: hartenaas, -koning, -vrouw, -boer.  aos (Sittard) 2. Aas in het kaartspel. || [Aas in het kaartspel]. || Aas in kaartspel. || Aas: harten aas (in het kaartspel). [ZND 19A (1936)] || Aas: Ruiten aas. [SGV (1914)] || En hoe [noemt u van het kaarspel] de [verschillende] plaatjes? - I. Aas. [DC 52 (1977)] || Ik heb de vier azen. [ZND 19A (1936)] III-3-2