e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Slenaken

Overzicht

Gevonden: 320

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
heer prins: prîns (Slenaken) heer [RND] III-3-1
hemel hemel: himəl (Slenaken) hemel [RND] III-3-3
hengst hengst: heŋs (Slenaken) Ongesneden mannelijk paard. [JG 1a, 1b; A 4, 2b; L 20, 2b; L 39, 42; L A1, 166; S 27; Wi 8; monogr.] I-9
herkauwen nirgelen: nergǝlǝ (Slenaken) Het eerst niet of nauwelijks gekauwde, in de voormaag gedeeltelijk verteerde voedsel opnieuw verwerken. Zie afbeelding 7. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 4, 13; L 14, 26; L 14, 88; L 20, 13; S 13; monogr.] I-11
heup heup: heujəp (Slenaken) heup - welk gedeelte van het lichaam wordt er mee bedoeld? [DC 01 (1931)] III-1-1
hoed (alg.) hoed: ho.t (Slenaken) hoed [RND] III-1-3
hoekschop corner (eng.): Karte 168.  kørnər (Slenaken) Eckball. III-3-2
hoogmis hoogmis: hu.əmɛs (Slenaken) hoogmis [RND] III-3-3
hooi hooi: hø̜i̯ (Slenaken) Gemaaid en op het veld drogend of gedroogd gras. In de klankkaart is de klankkleur (eerst velair, dan palataal) en de lengte van de klinker aangegeven; korte klinkers hebben een toevoeging aan het symbool. De aan- en afwezigheid van de j-klank is niet in kaart gebracht, maar uit de varianten in het lemma zelf af te lezen; per aangegeven klankkleur en lengte staan steeds de diftongen vooraan. Wanneer er meer dan één variant voor een plaats was opgegeven, is bij voorkeur het materiaal van de mondelinge enquêtes in kaart gebracht. [N 7, 58; N 14, 88b en 128a; JG 1a, 1b; A 10, 17 en 20; A 16, 1-4; L 1 a-m; L 27, 17; L 34, 70; L 38, 35-36; RND 122; Wi 52; S 14; R (s] I-3
hoornaar oreit: horeit (Slenaken) paardenwesp [Roukens 03 (1937)] III-4-2