e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Slenaken

Overzicht

Gevonden: 320

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
brug brug: brək (Slenaken) brug [RND] III-3-1
buik buik: bōēk (Slenaken) buik (lijf) [DC 01 (1931)] III-1-1
buitenspel buitenspel: Karte 167.  buitenspel (Slenaken) Abseits. III-3-2
dammen dammen: Karte 92.  dammen (Slenaken) Dame spielen. III-3-2
deur deur: dø̄r (Slenaken) [rnd 109; S 6; L 1 a-m; L 12, 5; L A2, 265; monogr.; Vld.; div.] II-9
dochter dochter: dochter (Slenaken) dochter [DC 03 (1934)] III-2-2
doel goal (eng.): Karte 169.  goal (Slenaken) Tor des Fussballspiels. III-3-2
doelman keeper (eng.): Karte 170.  keeper (Slenaken) Tormann. III-3-2
doen vechten aaneenhangen: ! net het tegenovergestelde als in Van Dale: aaneenhangen, 2. (gew.) van personen: zich bij elkaar aansluiten, één lijn trekken.  hiŋk tə gansə wɛlt ane. (Slenaken) Hij deed geheel de wereld vechten. [RND] III-3-1
doffer, mannelijke duif vogel: vōgel (Slenaken), vògel (Slenaken) doffer: een mannelijke duif [GV K (1935)] || duif, mannetje [ZND 18 (1935)] III-4-1