e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Spekholzerheide

Overzicht

Gevonden: 2437

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
badkuip bad: bat (Spekholzerheide), badebètte (d.): bādəbyt (Spekholzerheide) bad || badkuip III-2-1
bakken bakken: Bakke en broane is nit ummer eëve jód jeroane: bakken en braden lukt niet altijd even goed  bak’ke (Spekholzerheide) bakken III-2-3
balkenbrij balkenbrij: bal’kebrij (Spekholzerheide), panharst: pan’nas (Spekholzerheide) balkenbrij III-2-3
balklaag, roostering gebalk: jǝbɛlǝk (Spekholzerheide) De gezamenlijke balken die op één verdieping gelegen zijn. Zij vormen de basis voor de vloer van de betreffende verdieping en de zoldering van de onderliggende verdieping. In L 210 werden de zolderribben geplaatst als de muren op plafondhoogte gemetseld waren. [N 54, 115a; monogr.] II-9
balzak buidel: buul (Spekholzerheide) balzak, scrotum [zak, beurs] [N 10c (1995)] III-1-1
band reep: rēf (Spekholzerheide), ring: reŋk (Spekholzerheide) In het algemeen de band die de houten duigen van een vat of kuip omspant en bijeenhoudt. De band is doorgaans van ijzer vervaardigd. Vroeger werden ook houten banden gebruikt. [A 19, 1a; monogr.] II-12
bandenhaak klauw: klǫw (Spekholzerheide), tuimelijzer: tumǝlīzǝr (Spekholzerheide  [(werd gebruikt voor het wentelen en verplaatsen van rails)]  ) Een ijzeren steel met aan het uiteinde een inkeping of een haak die wordt gebruikt om de in de vuurkuil of wielbandenoven verhitte wielband uit het vuur te halen en naar het karrenwiel over te brengen. Volgens de invuller uit Q 121b waren er doorgaans vier van deze bandenhaken nodig om een wielband te verplaatsen. Zie ook afb. 212. [N 33, 327] II-11
bandgalerij bandstrek: bantštrɛk (Spekholzerheide  [(Willem-Sophia)]   [Domaniale]) Galerij waarin het transport met behulp van een transportband plaatsvindt. Een bandgalerij kan zowel een aanvoer- als een afvoergalerij zijn (Lochtman pag. 58). [N 95, 376; monogr.] II-5
bang bang: bang (Spekholzerheide), Doie bis inne bange tsiebbel: je bent een bangerik  bang (Spekholzerheide) bang III-1-4
bangerik banget: ban’get (Spekholzerheide), boksenbodem: bók’seboam (Spekholzerheide), floepjanus: floep’janus (Spekholzerheide), puimenzeiker: peu’mezeker (Spekholzerheide), schijthuis: sjieshōēs (Spekholzerheide) bangerd || bangerik || bangerik [schiethoes] [N 07 (1961)] III-1-4