e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Spekholzerheide

Overzicht

Gevonden: 2437
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zwavelx solfer: tsolfər (Spekholzerheide), zwavel: ps. boven de ´ staat nog een `; deze combinatieletter is niet te maken.  šwĕəfəl (Spekholzerheide) zwavel [DC 02 (1932)] III-4-4
zweep smik: šmek (Spekholzerheide) Voorwerp om het paard aan te drijven, bestaande uit een steel (cf. lemma Steel) en een snoer (cf. lemma Snoer). [JG 1a, 1b, 2b, 2c; L 8, 141; L 14, 31; L B2, 244; N 13, 94; S 47; Wi 5, 10; monogr.] I-10
zwellen duwen vanuit de stoot: %%de mijnwerker zegt%%  ǝt døjt vanūs dǝr štuǝs (Spekholzerheide  [(Willem-Sophia)]   [Eisden]), kwellen: kwɛlǝ (Spekholzerheide  [(Willem-Sophia)]   [Domaniale]) Gezegd van galerijwanden die opzwellen tengevolge van druk op het gesteente. [N 95, 386] II-5
zwengel zwengel: šwøŋǝl (Spekholzerheide) Soort van gebogen arm met een haaks daarop aangebrachte handgreep waarmee met de hand of door middel een trede boor- en andere machines in beweging worden gebracht. Zie ook het volgende lemma. [N 33, 281] II-11
zwerm vogels vlucht: vläog (Spekholzerheide), zwerm: sjwerm (Spekholzerheide) vlucht || zwerm III-4-1
zwoegen dabben: dab’be (Spekholzerheide), schaffen: klaarspelen  sjaf’fe (Spekholzerheide), schuften (du.): sjoef’te (Spekholzerheide), schustern (du.): sjoes’tere (Spekholzerheide) (hard) werken || hard werken || ploeteren III-1-4
zwoord spekzwaard: sjpek’sjwaad (Spekholzerheide), zwaard: sjwaad (Spekholzerheide), sjwaat (Spekholzerheide) spekzwoerd || zwoerd || zwoerd (van spek) [N 07 (1961)] III-2-3