| 19566 |
handveger, stoffer |
handkwispel:
haŋkkwespəl (Q121b Spekholzerheide),
kwispel:
kwespəl (Q121b Spekholzerheide),
handveger
kwispel (Q121b Spekholzerheide),
samen met DC 15, 7b
kwispel (Q121b Spekholzerheide)
|
bezem, zachtharig, waarmee men binnenshuis stof bijeenveegt (veger) [N 20 (zj)] || handveger || Hoe noemt u het stoffer en blik samen? [N105 (2000)]
III-2-1
|
| 31383 |
handvijl, blokvijl |
blokvijl:
blǫk˲vil (Q121b Spekholzerheide)
|
Platte, stalen vijl, rechthoekig van doorsnede en zonder punt. Soms is één kant van het blad enkel en één kant dubbel gekapt. De vijl kan voor diverse werkzaamheden gebruikt worden. Zie ook afb. 100. [N 33, 95 add; monogr.]
II-11
|
| 29809 |
handvormsteen |
klopsteen:
klǫpštē (Q121b Spekholzerheide
[(meervoud: klǫpštę ̞ŋ)]
)
|
Volledig met de hand bewerkte en gevormde baksteen. Tegenwoordig verstaat men onder een handvormsteen ook een steen die op dezelfde wijze wordt gevormd als de handsteen vroeger, maar waarbij de bewerkingen volledig of gedeeltelijk machinaal gebeuren - Schuddinck, pag. 108. [N 30, 52b; N 98, 161; monogr.]
II-8
|
| 31750 |
handzaag |
handzeeg:
haŋk˲zē̜ǝx (Q121b Spekholzerheide)
|
In het algemeen een zaag die voorzien is van een handvat en een breed zaagblad. [N 53, 1c; N 33, 330; monogr.]
II-12
|
| 31751 |
handzaag, sint-jozefzaag |
fok(s)zwans:
foksšwants (Q121b Spekholzerheide),
fuksšwans (Q121b Spekholzerheide)
|
Handzaag, waarvan het blad vanaf het handvat geleidelijk smaller uitloopt. De handzaag wordt voor alle voorkomende zaagwerkzaamheden gebruikt. Zie ook afb. 12. [N 53, 2; N G, 23a; monogr.; N 33, 330; L 8, 101, add.; div.]
II-12
|
| 19373 |
hangslot |
kluister:
klōēster (Q121b Spekholzerheide),
klūstər (Q121b Spekholzerheide)
|
hangslot [N 07 (1961)] || kluister, hangslot
III-2-1
|
| 18979 |
hansworst |
hampelmann (du.):
verklw. hampelmensje
ham’peleman (Q121b Spekholzerheide),
hampelmannetje (<du.):
ham’pelemensje (Q121b Spekholzerheide)
|
onhandige vent, hansworst
III-1-4
|
| 25146 |
hard vriezen |
bakken:
bak⁄ke (Q121b Spekholzerheide)
|
hard vriezen
III-4-4
|
| 25147 |
hard waaien |
stormen:
sjtur⁄me (Q121b Spekholzerheide)
|
hard waaien, stormen
III-4-4
|
| 31301 |
hardingsbak |
hardbak:
hē̜ǝt˱bak (Q121b Spekholzerheide)
|
De bak met de hardingsvloeistof of water waarin het gloeiende voorwerp wordt gedompeld tijdens het harden. [N 33, 341]
II-11
|