| 20443 |
lijkbaar |
lijkbaar:
(liek)baor (L423p Stokkem)
|
De lijkbaar [liechebaar, baar]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 24068 |
lijkboog |
baar:
baor (L423p Stokkem)
|
De in de kerk opgestelde boog bij een lijkdienst, lijkboog [doeëdeboaëg, boaëg]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 20254 |
lijkenhuisje |
dodenhuisje:
doedehuiske (L423p Stokkem)
|
Het gebouwtje op of bij het kerkhof, waar de lijkbaar staat en waar men vroeger zo nodig een lijk tijdelijk onderbracht [lijkenhuisje, liek(e)huuske, dodenhuisje, doeëdehuus-je?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 20466 |
lijkwagen |
dodenauto:
doedenotto (L423p Stokkem),
lijkwagel:
liekwagel (L423p Stokkem)
|
de lijkwagen [doeëdewaan] [N 96D (1989)]
III-2-2
|
| 22329 |
lijn waar het spel begint |
schraam:
vgl. sjraomtaofele: kinderspel.
sjraom (L423p Stokkem)
|
Streep.
III-3-2
|
| 33273 |
lijnzaad, vlaszaad |
lijnzaad:
linzǭt (L423p Stokkem)
|
Linum usitatissimum L. Lijnzaad is de gebruikelijke naam voor het zaad van de vlasplant en, in verband met de olieproduktie, ook voor het gewas. Zie paragraaf 4.2 en in het bijzonder het lemma Vlas. Uit de gerepelde en gedorste zaadbollen wordt olie geslagen, de lijnolie; de overblijvende pulp is een gezocht veevoer. De vormen die hier zijn samengebracht onder de typen lijzend en lijzens zijn te beschouwen als varianten van lijzaad, met een bijzondere verzwaring van het eerste lid. Ze zijn als afzonderlijke typen behandeld vanwege de samenstellingen in dit lemma en in de volgende lemmaɛs. [S 22; Wi 18; monogr.; add. uit JG 1b; L 1 a-m; L 1 u, 149; L 42, 59; RND 31]
I-5
|
| 21098 |
lijnzaadmeel |
lijnmeel:
linmęi̯l (L423p Stokkem),
lijzentemeel:
liǝzǝntǝmɛ̄l (L423p Stokkem)
|
De gedroogde pulp die overblijft na het slaan van de olie uit het lijnzaad. Het meel wordt als veevoeder gebruikt. Indien in samenstellingen met lijnzaad- dit woorddeel onverkort is gebleven en gelijk aan de opgave voor lijnzaad in dat lemma, dan is hier naar de variant van het lemma Lijnzaad, Vlaszaad verwezen. Voor de typen lijzend en lijzens naast lijzaad zie de toelichting bij het lemma Lijnzaad, Vlaszaad. [monogr.; add. uit L 1 a-m; L 1 u, 149; L 42, 59; RND 31]
I-5
|
| 20725 |
limburgse kaas |
hervese kaas:
(= meer beschaafd).
hɛrfsə ki.s (L423p Stokkem),
stinkkaas:
šteͅŋki.s (L423p Stokkem)
|
Limburgse kaas, Hervese kaas (stinkkaas, rommedoe?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 24486 |
linde |
lindeboom:
lènje(baum) (L423p Stokkem)
|
lindeboom
III-4-3
|
| 17867 |
links, linkshandig |
averrechts:
dwars
averechs (L423p Stokkem),
haar:
links bij een paard
(h)aar (L423p Stokkem),
links:
lenks (L423p Stokkem),
lènks (L423p Stokkem)
|
iemand die meestal zijn linkerhand gebruikt: hij is... [ZND 37 (1941)] || Zegt men van iemand die bij voorkeur zijn linker hand gebruikt: Hij is ... [DC 50 (1975)] || Zijn u nog oude woorden voor "links"bekend? Zo ja, hoe werd dat woord uitgesproken? [DC 50 (1975)]
III-1-2
|