| 26677 |
oliemolen |
smoutmolen:
smaw.t[molen] (L423p Stokkem)
|
Wind-, water- of rosmolen waarin uit zaden olie wordt geslagen. Het zaad wordt daartoe gekneusd met behulp van de zgn. kollergang bestaande uit twee verticaal geplaatste loperstenen. Het geplette zaad wordt in een pan verhit en vervolgens in wollen zakjes (builen) geborgen, waarna de builen in leren omslagen met een paardeharen voering gelegd worden. Het op deze wijze verpakte warme zaadmeel wordt daarna tweemaal geperst. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel -ømolenŋ het lemma ɛmolenɛ.' [JG 1a; JG 1b; Vds 15; Jan 15; Coe 5; Grof 5; monogr.; N D add.]
II-3
|
| 33745 |
omheinen |
afmaken:
āfmākǝ (L423p Stokkem),
ene tuin om de wei zetten:
ǝnǝ tūn om dǝ wę.i̯ zɛtǝ (L423p Stokkem)
|
Iets omgeven met een omheining, meest van toepassing op een weiland. [N 14, 63; L 32, 45; A 25, 9; Gwn 16, 11; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 19711 |
omheining |
tuin:
tūən (L423p Stokkem),
tū.n (L423p Stokkem)
|
De omheining in het algemeen. [N 14, 62; N 14, 67; S 11, 13; L 19B, 5a; A 25, 5; RND 8, 20; Gwn 16, 11; monogr.] || omheining
I-8, III-2-1
|
| 23479 |
omheining van het kerkhof |
kerkhofheg:
kerkhofhek (L423p Stokkem),
kerkhofmuur:
kirkhofmoer (L423p Stokkem),
kerkhoftuin:
WNT: tuin, I. Datgene wat tot af- of omperking dient.
kirkhoftoen (L423p Stokkem)
|
De muur, de omheining van het kerkhof [toen, toun, tuun?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 31488 |
omkralen |
de krollen maken:
dǝ krǫlǝ mākǝ (L423p Stokkem)
|
Met behulp van de kraalmachine een kraal aan plaatmateriaal buigen. [N 64, 13d]
II-11
|
| 18188 |
omslagdoek (alg.) |
plag:
pla.k (L423p Stokkem)
|
schouderdoek, wollen ~ of omslagdoek, soms ook wel over het hoofd gedragen [neus-, nuisdook, nuizek, nuzzing, plak, plaggen, sjelon, falie] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 34211 |
omweiden |
verweiden:
vǝrwē̜i̯jǝ (L423p Stokkem)
|
Het geregeld verplaatsen van vee. [N 3A, 11; monogr.]
I-11
|
| 25685 |
omzetten |
omzetten:
omzętǝ (L423p Stokkem),
opbuigen:
ǫp˱bø̜jgǝ (L423p Stokkem)
|
De zwaluwtanden met een tang omhoogbuigen. Zie ook de toelichting bij het lemma "zwaluwstaart". [N 66, 35a] || Het met de graanschop omkeren van het op de graanzolder uitgespreide graan. [JG 1a, 1b, 2c]
I-4, II-11
|
| 21441 |
onbetrouwbare koopman |
afzetter:
ps. omgespeld volgens Frings.
āfseͅtər (L423p Stokkem),
charlatan (fr.):
ps. omgespeld volgens Frings.
šarlətāŋ (L423p Stokkem)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: scheldwoorden of misprijzende woorden kent uw dialect voor een weinig koopkrachtig en onbetrouwbaar koopman [kremmer, toesser, ruilebuiter, voorsnijer?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 34608 |
onderbak |
onderbak:
ondǝrbak (L423p Stokkem)
|
Onder de kar opgehangen laadvloertje. [N 17, 86]
I-13
|