e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Stokkem

Overzicht

Gevonden: 4071

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aas in het kaartspel aas: oas (Stokkem) En hoe [noemt u van het kaarspel] de [verschillende] plaatjes? - I. Aas. [DC 52 (1977)] III-3-2
absis absis (lat.): absis (Stokkem) De halfronde of meerhoekige uitbouw van het priesterkoor waarin het hoofdaltaar staat [absis]. [N 96A (1989)] III-3-3
absolutie absolutie (<fr.): abselutie (Stokkem) Absolutie [abseloetsioeën]. [N 96D (1989)] III-3-3
abt abt: abt (Stokkem), overste: euverste (Stokkem), prior (lat.): prior (Stokkem) Een overste in een klooster, abt [euverste, opperste]. [N 96D (1989)] III-3-3
achterblijver aan de laatste tet liggen (werkw. uitdr.): %%men zegt%%  die hęi̯t ān dǝ lɛstǝ tɛt gǝlēgǝ (Stokkem), achterblijver: axtǝrblīvǝr (Stokkem) Big die achterblijft in groei. [N 76, 49] I-12
achtergebleven hooi harken bijeenkemmen: bięi̯nkø̜mǝ (Stokkem) Wanneer het hooi is binnengehaald werd soms nog eens het hooiland afgeharkt om het achtergebleven hooi te verzamelen. [N14, 122; A 34, 4 add.] I-3
achterhaam achterhaam: axtǝrām (Stokkem) Samenstel van riemen dat op het achterwerk van het paard wordt gelegd en dient om de kar achteruit te stoten. [JG 1a, 1b, 2b; N 13, 74; monogr.] I-10
achterknie hesen: īǝsǝ (Stokkem) Uitstekend achterpootsgewricht van het paard. Een gedeelte van de termen duidt niet de uit- maar de insprong of knieholte aan. Zie afbeelding 2.40. [JG 1a, 1b, 2c; N 8, 32.1, 32.5, 32.9, 32.10, 32.11 en 32.12] I-9
achternaafband naafreep: nāfrē̜jp (Stokkem) De ijzeren band om het achtereinde van de naaf, aan de kant van de wagen. De achternaafband is doorgaans smaller dan de muilband. Zie ook afb. 214. [N G, 43d; N 17, 60b; Vld.] II-11
achteruit terug-op: tryk˱ op (Stokkem) Voermansroep om het paard achteruit te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95l en 96; L B 2, 254; L 36, 81b; monogr.] I-10