| 25824 |
legerkelder |
bierkelder:
bērkęldǝr (L318p Stramproy),
lagerkelder:
lāgǝrkęldǝr (L318p Stramproy)
|
De ruimte waarin de nagisting plaatsvindt. De invuller uit P 180 merkt op dat de "bewaarplakken" zich in de kelder bevonden. [N 35, 86; monogr.]
II-2
|
| 25821 |
legervat |
okshoofd:
(mv.)
ǫkshōvǝ (L318p Stramproy)
|
Het vat of de ton waarin de nagisting plaatsvindt. Volgens de zegsman uit L 210 had zo''n ton een inhoud van 140 liter. [N 35, 73; monogr.]
II-2
|
| 29060 |
legger |
gal:
gal (L318p Stramproy),
ligger:
(mv)
legǝrs (L318p Stramproy)
|
Een veel voorkomende zwelling of slijmbeursje van verschillende grootte aan de achterkant van de elleboog. Ze ontstaat door de druk van de kalkoenen der voorijzers op het gewricht, als het dier over een te kleine ligplaats beschikt en daardoor met de borst op de onder het lijf getrokken voeten ligt. De legger is een schoonheidsfout, die bij het lopen niet hindert maar wel pijnlijk kan zijn. [N 8, 32.1, 90d, 90f en 90g; monogr.]
I-9
|
| 25743 |
lekbak |
wortbak:
wortbak (L318p Stramproy)
|
De bak onder de beslagkuip of klaringskuip waarin men het aftreksel van mout en water verzamelt. [N 35, 49; monogr.]
II-2
|
| 20580 |
lekkerbek |
vreetbeer:
vraetbaer (L318p Stramproy)
|
lekkerbek; Hoe noemt U: Iemand die goed kan eten (lekkerbek, lekkertand, likkebaard, fijnbek, smulbaard, smuiger) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 19535 |
lemmer |
het scherp:
sjerp (L318p Stramproy)
|
snijblad van een mes (lemmer, lemmet) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 26225 |
lemmerbanden |
banden:
bɛntj (L318p Stramproy)
|
De metalen banden die om de lemmers en dammen heen zijn bevestigd. Zie ook de lemmata ɛlemmersɛ en ɛdammenɛ.' [N O, 10m]
II-3
|
| 26224 |
lemmers |
ijzeren schenen:
īzǝrǝ šēnǝ (L318p Stramproy)
|
Lange metalen plaatjes die in de hals van de molenas ter versteviging zijn ingewerkt. Zie ook afb. 46. [N O, 10k]
II-3
|
| 17558 |
lenig |
slap:
slap (L318p Stramproy)
|
Gebruikt men bij u een woord als zwak in de zin van lenig, buigzaam? Zo ja, hoe is dan de uitspraak? [DC 43 (1968)]
III-1-1
|
| 24895 |
lente, voorjaar |
lente:
lintje (L318p Stramproy)
|
lente [DC 39 (1965)]
III-4-4
|