| 21983 |
duif die normaal op middellangeafstandsvluchten vliegt |
midfondduif:
mitfonddoeve (L331p Swalmen),
m}itfonddōēf (L331p Swalmen)
|
Hoe heet een duif die normaal vliegt: op middellange afstandsvluchten? [N 93 (1983)] || Kent U daarin diverse variëteiten of rassen? Welke? Geef naam en eigenschappen. [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 22129 |
duif die te laat komt |
laatkomer:
laatkômmer (L331p Swalmen)
|
een duif die te laat komt? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21922 |
duif die zwaar van bouw is |
zware duif:
zjwaor dōēf (L331p Swalmen)
|
Hoe zegt men in Uw dialect van een duif: zwaar van bouw of geraamte? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21931 |
duif effen lichtbruin |
vale, een -:
vaale (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt men een duif effen lichtbruin (bleek)? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21930 |
duif met bruine of lichtbruine kleurschakeringen |
rode, een -:
rooj (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt men een duif met bruine of lichtbruine kleurschakeringen (ros, rost)? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21926 |
duif met effen grijs-blauw vederkleed |
blauwe, een -:
blâuw (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt men een duif met effen grijs-blauw vederkleed (blauw)? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21929 |
duif met grote donkere vlekken |
donkel geschelpt:
dônkel gesjölp (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt men een duif met grote donkere vlekken in de vleugels (zwart-geschelpt)? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21928 |
duif met grotere kleurschakeringen |
geschelpt (bn.):
gesjölp (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt men een duif met grotere kleurschakeringen in de vleugels (geschelpt)? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21934 |
duif met één of meer witte pennen |
sjek:
sjek (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen,
L331p Swalmen)
|
Hoe noemt men een duif met één of meer witte pennen (wittepen, witteslag)? [N 93 (1983)] || III. Een bepaald duivenras (met enkele witte penveren).
III-3-2
|
| 21907 |
duif uit het eerste nest van het jaar |
vroege jongen:
vreug jônge (L331p Swalmen)
|
Hoe heet een duif uit het eerste nest van het jaar? [N 93 (1983)]
III-3-2
|