| 17895 |
duwen |
duwen:
duujə (L331p Swalmen),
düjə (L331p Swalmen)
|
duwen [RND], [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 33196 |
duwer van de aanaardhandploeg |
steelhandvat:
štēlhantj˲vat (L331p Swalmen)
|
Zie de toelichting bij het lemma Aanaardhandploeg. [N 18, 46c]
I-5
|
| 21732 |
dwangbuis |
dwangbuis:
dwangbuus (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
een op de rug sluitend jasje met lange mouwen om in razernij verkerende krankzin-nigen het gebruik van hun armen te ontnemen [dwangbuis, zotkapootje] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21165 |
dwarsbalk |
biels:
bils (L331p Swalmen)
|
de houten, stalen of gewapend betonnen dwarsbalk waarop de rails bevestigd zijn [biels, biel] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 32772 |
dwarsbalkjes, egscheien |
kleine balken:
klęi̯n bɛlǝk (L331p Swalmen)
|
De dunnere verbindingsstukken tussen de hoofdbalkjes van deeg. Deze kunnen ook van tanden zijn voorzien, vooral als het de oude driehoekige eg betreft. Voor de plaatsen waar men voor deze scheien geen aparte term gebruikt, zie men het lemma ''de gezamenlijke balken van de eg''. [JG 1a + 1b; N 11, 69b; N 11A, 155b; monogr.]
I-2
|
| 19330 |
dwarsdrijven |
warsdrijven:
wêrsdrievə (L331p Swalmen)
|
dwarsdrijven [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 19345 |
dwarsdrijver |
dwarsdrijver:
dwarsdriever (L331p Swalmen),
dwarsligger:
dwarsliGGer (L331p Swalmen),
warsdrijver:
wêrsdriever (L331p Swalmen),
warse, een -:
wéérse (L331p Swalmen)
|
dwarsdrijver [SGV (1914)] || iemand die zonder goede reden altijd tegen spreekt; die altijd anders wil dan de meerderheid [dwarserik] [N 85 (1981)] || zich niet schikken, weerbarstig [dwars, nippig, contrare] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18802 |
dwaze streek |
stomme streek:
sjtôom (streek) (L331p Swalmen)
|
een dwaze streek [woei] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19657 |
dweilen |
dweilen:
dweijele (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u het schoonmaken van stenen of houten vloeren, van stoepen enz. met behulp van water en een grove doek? [N105 (2000)]
III-2-1
|
| 19260 |
dwingen |
dwingen:
dwinge (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
het iemand onmogelijk maken anders dan op een bepaalde wijze te handelen [dwingen, nopen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|