| 18851 |
eenvoudig |
eenvoudig:
eenvoudig (L331p Swalmen),
gewoon:
geweun (L331p Swalmen),
gewêun (L331p Swalmen)
|
eenvoudig [SGV (1914)] || zonder overdaad, weelde of vertoon, niet voornaam [bedest, gewoon, eenvoudig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19368 |
eenvoudige of armoedige woning |
keet:
keet (L331p Swalmen)
|
Een eenvoudige, kleine, soms armoedige woning van hout, riet, stro of plaggen gebouwd (kot, hut, brak, keet, patiek) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 21517 |
eenzaam |
alleen:
allein (L331p Swalmen)
|
alleen, zonder gezelschap; ver van mensen verwijderd [eenlijk, eendelijk, allenig, enig, eens] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 23709 |
eer aan de vader |
eer aan de vader:
eer aan de vader (L331p Swalmen)
|
Het "Eer aan de Vader..."of "Glorie zij de Vader...". [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23654 |
eerherstellende communie |
communie (<lat.):
kemuunie (L331p Swalmen)
|
Een eerherstellende communie op de 1e vrijdag van de maand. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18960 |
eerlijk |
eerlijk:
eerlek (L331p Swalmen),
eerlijk (L331p Swalmen)
|
zonder leugen en bedrog [treffelijk, eerlijk] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 22330 |
eerlijk in het spel |
eerlijk:
ērlək (L331p Swalmen)
|
Eerlijk in het spel [reins, greins, eerlijk]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 17585 |
eerste baardharen |
melkbaard:
melkbaard (L331p Swalmen)
|
baardharen, eerste ~ [muggebeen, duivelshaar] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 22038 |
eerste ei |
eerste ei:
het eerste ei (L331p Swalmen)
|
Hoe heet verder: het eerste ei? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 32959 |
eerste grasoogst |
meigras:
męi̯grās (L331p Swalmen)
|
Naar analogie van de eerste, tweede en derde hooioogst heeft men de informanten ook de vraag voorgelegd of er specifieke benamingen zijn voor de grasoogsten, wanneer een weide niet wordt afgehooid, maar afgegraasd. In dit lemma staan de opgaven voor het gras dat de beesten de eerste keer dat ze in de weide worden gelaten afgrazen en voor zover deze afwijkend zijn van die uit het algemene lemma ''gras''. [N 14, 129a]
I-3
|