| 34418 |
leverbotziekte, distomatose |
leverbot:
lē̜vǝrbot (L331p Swalmen),
leverswormen (mv.):
lē̜vǝrswørm (L331p Swalmen)
|
Leverbotziekte, veroorzaakt door een platworm die leeft in de galgangen van de lever, vooral van runderen en schapen. [N 52, 31; N 19, 69; N 77, 64; A 48, 46; A 32, 15b]
I-12
|
| 20514 |
leverworst |
leverworst:
laeverwors (L331p Swalmen),
laiverwórs (L331p Swalmen),
leverwors (L331p Swalmen),
lèèverwors (L331p Swalmen)
|
leverworst [N 06 (1960)] || leverworst; Hoe noemt U: Worst met lever als hoofdbestanddeel (lol, leverworst, leverpens) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 17540 |
lichaam |
lichaam:
lichaam (L331p Swalmen),
lijf:
līēf (L331p Swalmen)
|
lichaam [N 10 (1961)], [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 17971 |
lichaamskracht |
macht:
mach (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
lichaamskracht (kracht die een zieke geleidelijk verspeelt) [macht, maacht] [N 10 (1961)]
III-1-2, III-1-4
|
| 18084 |
lichaamsvocht |
leewater:
leewater (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
leewater [SGV (1914)] || lichaamsvocht (dat zich bijv. in de gewrichten bevindt) [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 26693 |
lichtboom van de handmolen |
hefboom:
hø̜f˱bǫwm (L331p Swalmen),
hęf˱baw.m (L331p Swalmen)
|
Het onder de pasbrug geplaatste balkje, als onderdeel van de licht van handmolens, waarmee de pasbrug op en neer kan worden bewogen. [N D, 22]
II-3
|
| 33677 |
lichte klei |
zavel:
zāvǝl (L331p Swalmen)
|
Grondsoort die bestaat uit zand en klei. Zavel is lichte klei waarin het zandgehalte 60 tot 80% kan zijn. [N 27, 43; N 27, 41]
I-8
|
| 25239 |
lichte nevel |
nevel:
neeͅvel (L331p Swalmen),
nevel (L331p Swalmen)
|
lichte nevel die het zicht vertroebelt [donst, dook, blaok] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 18571 |
lichte overjas |
seizoensjas:
seizoensjas (L331p Swalmen)
|
herenoverjas, lichte ~ [sertoe] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 19353 |
lichtgeraakt, kregel |
kregelig:
kregelig (L331p Swalmen)
|
spoedig boos of driftig wordend [krikkelig, nippig, kregel, kriel, oplopig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|