| 33589 |
spitskool |
chou-pain (fr.):
sjepeng (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
pannache:
WLD
pannasj (L331p Swalmen),
spitskool:
WLD
sjpits-kool (L331p Swalmen)
|
De koolsoort met puntig toelopende kroppen; spitskool (spitskool, suikertop, kegel). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 24359 |
spitsmuis |
scheermuis:
sjaermōēs (L331p Swalmen),
spitsmuis:
WLD
sjpits-moes (L331p Swalmen)
|
Hoe noemt u het insektenetend diertje, veel op een muis lijkend, met spitse kop, dunne poten en een vrij lange staart (spitsmuis, dol, aardbol) [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 22492 |
spitsroeden lopen |
spitsgarde lopen:
sjpitsgaerd [lopen} (L331p Swalmen)
|
Tussen twee rijen mensen lopen die een stok hebben en daarmee slaan [door de cordons lopen, door de kardouzen moeten, spitsroeden lopen, spitskar]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 32749 |
spitten |
graven:
grã.vǝ (L331p Swalmen),
omdoen:
omdō.n (L331p Swalmen),
omgraven:
om[graven] (L331p Swalmen),
spaden:
špāi̯ǝ (L331p Swalmen)
|
In de tuin, op een zeer klein perceel of een moeilijk te ploegen hoek van een akker de grond met een spade - al dan niet in voren - uitsteken en omkeren. De simplicia spaden, graven e.d. zijn bij absoluut gebruik van toepassing op het spitwerk als zodanig. Meestal kunnen ze ook transitief gebruikt worden met het te bewerken stuk grond (de tuin e.d.) als object. [N 11, 65a; N 11A, 146a + b + c; N 11A, 50b add; RND 4 + 7 + 8 + 10, zin 4; A 33, 6 + 7 + 16 add.; L 7, 25; S 34; Lu 1, 1c; monogr.; div.]
I-1
|
| 33639 |
splijtkool |
eeuwig moes:
e.wigmoos (L331p Swalmen),
eeuwig moes (L331p Swalmen),
eeuwig moos (L331p Swalmen),
WLD
eewig-moos (L331p Swalmen)
|
[N 82 (1981)]
I-7
|
| 24706 |
splitsing van de stam |
gaffel:
gaffel (L331p Swalmen),
vork:
WLD
vòrk (L331p Swalmen)
|
Het deel van de boom waar de stam zich in tweeën splitst (gaffel, mik, vork). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 22162 |
spoel |
borstveren:
borsvaere (L331p Swalmen)
|
Hoe heten de onderdelen van de slagpen? (de cijfers tussen haakjes verwijzen naar tekening 3): spoel (1) [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 23327 |
spoken |
spoken:
schpookə (L331p Swalmen)
|
spoken (mv.) [SGV (1914)]
III-3-3
|
| 23328 |
spoken (ww.) |
spoken:
schpookə (L331p Swalmen)
|
spoken (ww.) [SGV (1914)]
III-3-3
|
| 23329 |
spook |
spook:
schpook (L331p Swalmen)
|
spook [SGV (1914)]
III-3-3
|