| 21421 |
stelen |
stelen:
sjtaile (L331p Swalmen)
|
stelen (geen context) [DC 38 (1964)]
III-3-1
|
| 32686 |
stelmechanismen aan de ploeg |
klammer:
klamǝr (L331p Swalmen),
verstelijzer:
vǝrštęlīzǝr (L331p Swalmen)
|
Aan een ploeg zijn verschillende mechanismen of onderdelen te onderscheiden, die dienen om de diepte en breedte van de voor, alsmede de stand van de werkende delen van de ploeg te regelen. Naar de benamingen hiervoor werd niet in het hele gebied ge√Ønformeerd. Mede daarom werden de betrokken gegevens in één lemma bijeengezet. De regelende onderdelen in kwestie zijn hieronder per soort nader toegelicht. Men vergelijke het vorige lemma. [N 11, 31.IV.d; N 11, 32b; N 11A, 93b + 98a + 98d; JG 1a; monogr.]
I-1
|
| 18158 |
stelpen van bloed |
stelpen:
sjtelpe (L331p Swalmen),
stoppen:
sjtóppe (L331p Swalmen)
|
Stelpen van bloed (struppen, stuffen, stulpen, stelpen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 31217 |
stelring |
stelring:
štɛlreŋk (L331p Swalmen)
|
Ring die verschuifbaar op een as is aangebracht en met behulp van een schroef op de gewenste plaats vastgezet kan worden. [N 33, 232]
II-11
|
| 22367 |
stelt |
stelt:
sjtelt (L331p Swalmen),
sjteltj (L331p Swalmen),
sjteͅltj (L331p Swalmen)
|
Elk van de beide staken met een dwarsklamp waarop men de voet zet en die gebruikt worden om daarmee grotere stappen te doen [stelt, staak, schaats]. [N 88 (1982)] || Stelt.
III-3-2
|
| 21602 |
stemmen |
stemmen:
sjtumme (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
zijn stem uitbrengen bij verkiezingen [stemmen, doppen] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 25596 |
stempel |
stempel:
štɛmpǝl (L331p Swalmen)
|
Stempel of ander gereedschap waarmee de bakker een merk in het deegbrood drukt voordat het de oven of de rijskast ingaat. Het stempel kan de firmanaam, de broodsoort of het gewicht aangeven. Volgens de informant van L 270 bevatten de stempels op het roggebrood de initialen van de bakker in een cirkel of een ovale vorm. En volgens de informant van L 312 werden vroeger stempels met een ster gebruikt die duidden op brood van gemengde bloem en stempels zonder ster die ongemengd brood aangaven. Zie ook afb. 20. [N 29, 41; N 29, 42; monogr.]
II-1
|
| 31317 |
stempel, leest |
drijver:
dr ̇īvǝr (L331p Swalmen)
|
Gehard stuk staal met vierkante, rechthoekige of ronde dwarsdoorsnede dat naar onder toe in een punt uitloopt. De leest wordt met behulp van een hamer door gaten in metaal gedreven om ze groter te maken of om ze een andere vorm te geven. Zie ook afb. 55. [N 33, 278]
II-11
|
| 21487 |
stempelen |
stempelen:
sjtempele (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
het laten afstempelen door een werkloze van een formulier als bewijs dat hij geen regelmatige arbeid verricht heeft [doppen, stempelen] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 22663 |
stemvork |
stemvork:
sjtumvork (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Het instrument in de vorm van een U-vormig omgebogen stalen stang waarmee men een onveranderlijke toon voortbrengt die geschikt is om instrumenten te stemmen [toonijzer, stemvork]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|