| 21871 |
taxeren |
schatten:
sjatte (L331p Swalmen),
sjàtte (L331p Swalmen)
|
de waarde van een artikel schatten [taxeren, schatteren] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 24735 |
taxus |
kerkhofboom:
kirkhaofbōūm (L331p Swalmen)
|
De taxus; heeft platte, kortgesteelde naalden, aan de bovenzijde zijn de naalden heel donkergroen; naalden en takken bevatten een vergiftige olie; paarden en vee sterven er snel aan; heeft opvallende bessen (ijf, venijnboom). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 23649 |
te communie gaan |
te communie (<lat.) gaan:
te kemuunie gaon (L331p Swalmen)
|
Tot de communie gaan, ter communie gaan, te communie gaan, communiceren onder de mis [kómmeletseere?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18247 |
te klein zijn |
proemen:
proemt zich (L331p Swalmen)
|
niet passen, gezegd van kledingstukken [pronsen, bolderen] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 21658 |
te koop aanbieden |
bieden:
waat buudj ze derveur (L331p Swalmen)
|
aanbieden, Voor een bepaalde prijs te koop ~ [loven of geloven? zegt men wel: wat looft ge uw kippen = welke prijs vraagt ge ervoor?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 22006 |
te laat komen om nog prijzen te winnen |
te laat:
te laat (L331p Swalmen)
|
het te laat komen van de duiven om nog prijzen te winnen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 25561 |
te lang gerezen deeg |
te lang gegangen:
tǝ laŋ gǝgaŋǝ (L331p Swalmen)
|
Bij veel antwoorden wordt het zelfstandig naamwoord "deeg" o.i.d. niet gegeven. [N 29, 26b; monogr.]
II-1
|
| 34633 |
te licht in de rug |
te licht in de rug:
tǝ lex˱ enǝ rø̜k (L331p Swalmen)
|
Als men teveel achteraan in de kar laadt, kan het paard de kar moeilijker trekken, omdat door het gewicht van de lading de bruikriem omhoogdrukt. Hierdoor kan de kar de neiging hebben om te wippen (zie ook voor het lemma de kar wipt. [N 17, 96 + 99]
I-13
|
| 25566 |
te nat |
te nat:
tǝ nāt (L331p Swalmen),
te slap:
tǝ šlap (L331p Swalmen)
|
Gezegd van deeg. In dit lemma komen verschillende grammaticale categorieën voor. [N 29, 29b; monogr.] || Het lemma valt uiteen in verschillende grammaticale categorieën. De eerste categorie benamingen is bijvoeglijk van aard. De tweede groep bestaat uit opgaven die een zelfstandigheid aanduiden en de derde groep bestaat uit werkwoorden. [N 29, 67; monogr.]
II-1
|
| 25442 |
te snel verwerkt |
te slap:
tǝ šlap (L331p Swalmen)
|
Het slachtvee moet, nadat het is gedood en uitgeslacht, een poos besterven. Pas als het vlees door en door koud is geworden kan het verwerkt worden. Doet men dit eerder, dan is de smaak van het vlees minder en bederft het veel sneller. Bovendien laat niet afgekoeld vlees zich veel moeilijker snijden dan koud vlees, dat immers steviger is. [N 28, 96; monogr.]
II-1
|