| 18934 |
treuzelen |
sukkelen:
sukkele (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
treuzelen:
treuzələ (L331p Swalmen)
|
met zijn handelingen niet opschieten [nerelen, toetelen, kloetelen, knutselen, sukkelen] [N 85 (1981)] || treuzelen [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 23672 |
triduüm |
tridum (<lat.):
triduum (L331p Swalmen)
|
Een driedaagse godsvruchtoefening, triduüm . [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 25675 |
trieur |
sorteerder:
sortērdǝr (L331p Swalmen),
sorteermachine:
sortērmašinǝ (L331p Swalmen),
trieur:
trijø̄r (L331p Swalmen)
|
Een modernere en volmaaktere uitvoering van de wanmolen. In de mouterij in L 331 hanteert men de trieur om halve korrels en zaden te verwijderen, terwijl men voor het uitlezen van de te kleine korrels met een sorteerder of sorteermachine werkt. In L 318 gebruikt men de wanmolen ook voor het reinigen van de gerst. Zie ook het lemma ''wanmolen''. [N 35, 1; N 35, 8; monogr.]
II-2
|
| 22602 |
triktrakken |
triktrakken:
triktrakke (L331p Swalmen)
|
Het kansspel dat gespeeld wordt op een dubbel bord met puntige figuren, met schijven en dobbelstenen; triktrak [bakspel, bak, triktrakken, tiktakken]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 25051 |
troebel, vuil (water) |
moerig:
muujerig (L331p Swalmen),
mûurich (L331p Swalmen),
troebel:
troebəl (L331p Swalmen)
|
onzuiver, drabbig van vloeistoffen gezegd [vuil, troebel, smerig, gemuurd, murig] [N 91 (1982)] || troebel [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 33892 |
troebele ogen |
pupsen (in de ogen):
pøpsǝ (L331p Swalmen
[(strontjes)]
),
slaapmuts:
šlǭpmø̜ts (L331p Swalmen)
|
[N 8, 94g]
I-9
|
| 22393 |
troef |
troef:
troef (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
trūf (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
Kaart(en) van een bepaalde soort of kleur waarmee andere kaarten in het spel geslagen kunnen worden [troef, turf, lint, beffer, drijver, ant]. [N 88 (1982)] || troef [SGV (1914)] || Troef.
III-3-2
|
| 21385 |
troep |
troep:
troep (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
troepə (L331p Swalmen)
|
een aantal manschappen die een deel van een leger vormen [klocht, troep] [N 90 (1982)] || troepen (mv.) [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 34300 |
troep biggen in het algemeen |
klocht:
klox (L331p Swalmen),
toom:
tǭu̯m (L331p Swalmen)
|
In dit lemma wordt het begrip biggen of wat daarvoor in de plaats kan komen achter nest, toom enzovoorts niet gedocumenteerd. [N 19, 17; N 76, add.]
I-12
|
| 34464 |
troep kippen |
klocht:
klox (L331p Swalmen),
troep:
trup (L331p Swalmen)
|
Varianten van kippen, hennen, hoenders enz. zijn niet gedocumenteerd. Zie hiervoor het lemma ''kippen'' (5.2.1). Alleen de benamingen voor troep zijn in dit lemma opgenomen. [N 19, 63; A 4, 18; L 4, 18; L 20, 18; S 37; monogr.]
I-12
|