| 19772 |
tuin |
hof:
hoaf (L331p Swalmen)
|
hof [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 33506 |
tuinbonen |
spekbonen:
WLD
sjpèkboon (L331p Swalmen),
wollebonen:
wullebone (L331p Swalmen),
wölleboon (L331p Swalmen),
WLD
wèùlleboon (L331p Swalmen)
|
Een jonge tuinboon die men met schil en al eet (wilde wan, wollenwantje, pulleke, spekboon, sluimererwt). [N 82 (1981)] || Een tuinboon, een grote soort boon labboon, paardsboon, boerenteen, molleboon, mokboon, wul, zwartvoet, huisboon, moffelboon, duiveboon, flodderboon, moffel, moffeboon, knauwboon, willeboon, paardeboon, jodenboon, roomse boon). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 24258 |
tuinfluiter |
grasmus:
graasmös (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
tuinfluiter:
tuinflui.ter (L331p Swalmen),
tuinfluiter (L331p Swalmen)
|
tuinfluiter || tuinfluiter (16 donkerder dan grasmus [045]; niet zo talrijk; in bosstruiken; nest graag in braamstruiken; roep hard [tek]; zang is lang, vrij laag en brobbelend [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 19738 |
tuingeranium |
geranium:
geranium (L331p Swalmen)
|
Tuingeranium (pelargonium zonale). Bladeren met enige ondiepe insnijdingen (gelobd) en gekartelde rand, in omtrek niervormig. Evenwijdig met de bladeren loopt midden op het blad een donkere band (zone). De bloemen zijn rood of anders van kleur, vele bloem [N 92 (1982)]
III-2-1
|
| 19749 |
tuinhuisje |
zomerhuisje:
zomershuuskə (L331p Swalmen)
|
priëel [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 20063 |
tuinkamperfoelie (lonicera caprifolium) |
kamperfoelie:
kamperfoelie (L331p Swalmen)
|
Tuinkamperfoelie (lonicera caprifolium); klimmend tot 9 m. De bovenste bladeren zijn samengegroeid en vaak donzig behaard aan de onderzijde; de bloemen zijn geel en talrijk en bevinden zich in 4 of 5 kransen dicht bijeen (geiteklaver, weeuwtje, duivelszaa [N 92 (1982)]
III-2-1
|
| 33593 |
tuinkers |
tuinkers:
WLD
tuinkêêrs (L331p Swalmen)
|
Tuinkers; de plant heeft duidelijk witte of roodachtige bloempjes in een smalle tros en schuinopstaande vruchtjes die ongeveer een halve cm lang zijn, de bladerenzijn zeer fijn verdeeld, de stengel en kalkrijke vruchten zijn blauw berijpt (kers, tuinkers, [N 82 (1981)]
I-7
|
| 33542 |
tuinkervel |
kervel:
kirvel (L331p Swalmen),
WLD
kervel (L331p Swalmen)
|
Tuinkervel; een één of tweejarig kruid, 30-60 cm hoog, met witte bloemen; de bladeren worden gebruikt in soep, sausen en salade (kervel, gervel, kelver, scharnpiep). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 33615 |
tuinman, boomkweker |
boomkweker:
JK Begrip te splitsen? veel samenstellingen met boom- uit RND zijn geconstrueerd; de andere hebben de ruimere betekenis van tuinman.
boͅu̯mkwɛkər (L331p Swalmen)
|
[RND 08]
I-7
|
| 33596 |
tuinmelde |
schietmel:
sjīētmilj (L331p Swalmen)
|
Tuinmelde; (attriplex hortensis) een eenjarig kruid met hartvormige onderste en langwerpige middelste bladeren; vroeger als groente en specerij gebruikt (malum, manne, mel). [N 82 (1981)]
I-7
|