| 18710 |
tuinwant |
doornhaas:
dörhaase (L331p Swalmen)
|
wanten, dikke, vaak leren ~, om in doornheggen te werken [tuunen, tuinheisje, döörheusje] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 19512 |
tuit |
tuit:
tèût (L331p Swalmen)
|
tuit van de waterketel van koper of ijzer en met hengsel en tuit [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 20746 |
tulband |
turkse muts:
turkse möts (L331p Swalmen)
|
Tulband (redong, bont, bontekoek, turkse muts, sultan?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 24259 |
tureluur |
charluut:
sjèrluut (L331p Swalmen)
|
tureluur
III-4-1
|
| 19466 |
turf |
turf:
turf (L331p Swalmen)
|
turf? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 34604 |
turfhekken |
horten:
hōrtǝ (L331p Swalmen)
|
Aparte hekken die voor, achter en opzij op de kar gezet worden om turf te vervoeren. Aanvulling van de lemmata voorhek op de kar en achterhek op de kar in wld II.4. [N 17, 72a + c]
I-13
|
| 20116 |
turfmolm |
melm:
męlm (L331p Swalmen),
molm:
melm (L331p Swalmen)
|
[SGV (1914)]Afval van turf, losse rommel, boomaarde. In dit lemma zijn de opgaven van de enquête S samengevoegd met de opgaven van de enquêtevraag I, 32. Men moet wel beseffen dat hierdoor verschillende soorten molm aangeduid kunnen worden. Maar in beide enquêtes werd duidelijk gevraagd naar de "turfmolm"; vandaar dat beide vragen hier verwerkt zijn. [I, 32; S 24]
I-7, II-4
|
| 26795 |
turfspa |
vlinkenschup:
vleŋkǝšø̜p (L331p Swalmen)
|
Afhankelijk van de plaats de gebruikelijke schop om turf te steken. In het algemeen een schop met een blad zo breed als een turf breed is en lang als een turf lang is of kan zijn. [N 18, 17; I, 55; monogr.]
II-4
|
| 34204 |
tussenklauwontsteking |
haarworm:
hǭrworm (L331p Swalmen),
slak:
šlɛk (L331p Swalmen)
|
Door het binnendringen van scherpe voorwerpen zoals spijkers, stenen of strohalmen tussen de klauwen van een koe kunnen kleine wondjes ontstaan. Door infectie kan een pijnlijke zwelling ontstaan, waardoor de klauwen van elkaar kunnen worden gewrongen. Tussenklauwontsteking is vaak een naziekte van mond- en klauwzeer. Zie ook het lemma ''tussenklauwontsteking'' in wbd I.3, blz. 482-483. [N 3A, 81; N 52, 10; A 48A, 14]
I-11
|
| 21618 |
twee centiem |
dubbele, een ~:
dobbele (L331p Swalmen)
|
koperen munt van 2 centiem [N 21 (1963)]
III-3-1
|