| 33597 |
ui, ajuin |
ooj:
ooie (L331p Swalmen)
|
I-7
|
| 20758 |
uienpannenkoek |
ajuinenkoek:
oojekook (L331p Swalmen)
|
Pannekoek met in schijven gesneden uien (oojekook?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 33788 |
uier |
uier:
yi̯ǝr (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen),
ȳi̯ǝr (L331p Swalmen, ...
L331p Swalmen)
|
[JG, 1b; A 30, 6e; L 49, 6e; N 8, 39a en 39b]De melkklier van de koe zoals zij zich uitwendig vertoont onder aan de buik. Op de kaart is het woordtype uier niet opgenomen. [JG 1a, 1b; Gwn V, 7; L 8, 24a; L 14, 27a; RND 127; S 38; Wi 51; monogr.] || Uier, alle tepels samen. [N 19, 19b; JG 1a, 1b]
I-11, I-12, I-9
|
| 34157 |
uieren |
zwol:
žwǫl (L331p Swalmen)
|
Een zwellende uier krijgen in de draagtijd, gezegd van de koe. [N 3A, 35; A 9, 16; monogr.]
I-11
|
| 21664 |
uit de hand verkopen |
ruiselen:
roesjele (L331p Swalmen)
|
Kleinigheden uit de hand verkopen [soelieje?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 22001 |
uit de tegengestelde richting dan die van de losplaats aankomen |
verkeerde richting:
verkeerde richting (L331p Swalmen)
|
Hoe zegt men: uit een richting tegengesteld aan die van de losplaats? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 22118 |
uit een andere richting dan die van de losplaats aankomen |
onderop:
ôngerop (L331p Swalmen)
|
Hoe zegt men: uit een andere richting dan die van de losplaats? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 22119 |
uit een schuine richting t.o.v. die van de losplaats aankomen |
verkeerde richting:
verkeerde richting (L331p Swalmen)
|
Hoe zegt men: uit een richting schuin ten opzichte van die van de losplaats? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 18896 |
uitblinken |
uitblinken:
oetblinke (L331p Swalmen),
uitsteken:
oetsjtééke (L331p Swalmen)
|
schitteren boven iets of iemand anders, bijzonder begaafd zijn [uitstek zijn, uitblinken] [N 85 (1981)]
III-1-4
|