| 22378 |
diabolo |
bolo:
bōlō (L331p Swalmen),
diabolo:
diabolo (L331p Swalmen)
|
Het speelgoed, bestaande uit een dubbele blikken kegel die men al draaiende op een koordje in evenwicht houdt, in de hoogte werpt en weer opvangt met dit koord of elkaar toewerpt en weer op een koordje opvangt [diabolo, diavolo]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 18035 |
diarree |
aan de schijt zijn:
ānǝ šīt zēn (L331p Swalmen),
aan de/het schijt:
ānǝ šīt (L331p Swalmen),
schijt:
aane sjēēt (L331p Swalmen),
vlotte, de -:
flòtte (L331p Swalmen)
|
Buikloop. Te dunne ontlasting, meestal veroorzaakt door een min of meer ernstige ontsteking van de darmen. Zie ook het lemma ''diarree'' in wbd I.3, blz. 472-474. [N 3A, 91, 99; A 48A, 52; monogr.] || Diarree, buikloop (dunne, pruts). [N 84 (1981)]
I-11, III-1-2
|
| 21310 |
dief |
dief:
deef (L331p Swalmen)
|
dief [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 19080 |
dienst |
dienst:
deens (L331p Swalmen)
|
dienst [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 21753 |
dienstplicht doen |
dienen:
dèène (L331p Swalmen)
|
zijn militaire dienst vervullen [opmoeten, binnenmoeten] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21756 |
dienstplicht moeten doen |
opmoeten:
opmôtte (L331p Swalmen)
|
zijn militaire dienst vervullen [opmoeten, binnenmoeten] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 32690 |
diep |
diep:
dēp (L331p Swalmen)
|
In dit lemma worden de plaatselijke varianten gegeven van het woord diep, voorzover dat - evenals de termen voor het tegengestelde begrip (zie het lemma ondiep) - gebruikt wordt of kan worden in verbinding met een werkwoord voor "ploegen". Voor het begrip "diep ploegen (vóór het zaaien)" kent men in bepaalde streken een speciale term waarin het woord diep niet voorkomt. Daarvoor zie men het volgende lemma [JG 1a + 1b; N 11, 39 + 42b + 46; N 11A, 107a + 108a; L 23, 8a; A 20, 1b; A 27, 24b; monogr.]
I-1
|
| 24300 |
dier, beest |
beest:
beest (L331p Swalmen),
dier:
(deer) (L331p Swalmen)
|
dier [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 17676 |
dij |
dij:
diejə ? (L331p Swalmen),
dik van het been:
diek v.t. been (L331p Swalmen)
|
dij [SGV (1914)] || dijen [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 21155 |
dijk |
dijk:
díék (L331p Swalmen)
|
een weg tussen twee sloten (dijk) [N 90 (1982)]
III-3-1
|