| 33579 |
erwten- of bonenranken |
ranken:
reng (enkelv. rank) (L270p Tegelen)
|
[N Q (1966)]
I-7
|
| 33612 |
erwtenzetter, gereedschap om erwten te zetten |
erwtenpoter:
boenepäöter (L270p Tegelen),
ertepäöter (L270p Tegelen)
|
[N 18 (1962)]
I-7
|
| 24729 |
esdoorn |
esdoorn:
-
esdoorn (L270p Tegelen)
|
gewone esdoorn [DC 69 (1994)]
III-4-3
|
| 20855 |
eten (ww.) |
eten:
aete (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen),
éttə (L270p Tegelen),
ww
aete (L270p Tegelen)
|
eten [DC 35 (1963)], [DC 37 (1964)], [RND]
III-2-3
|
| 19519 |
etensketeltje |
etensketeltje:
aetes-kaetelke (L270p Tegelen),
aeteskaetel(ke) (L270p Tegelen),
henkelmann (d.):
hinkelman (L270p Tegelen),
knuur:
knūūr (L270p Tegelen)
|
tweelingpannetje (voor soep en aardappelen) om eten naar arbeiders in het veld te brengen (hinkelman) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 20719 |
etensresten |
klitsklatsjes:
klits’kletskes (L270p Tegelen),
overschot:
Syst. Veldeke
euversjeut (L270p Tegelen),
Syst. WBD
ueversjot (L270p Tegelen),
resten:
Syst. Veldeke
reste (L270p Tegelen)
|
Etensresten, overschotjes (orte?) [N 16 (1962)] || laatste etensrestjes
III-2-3
|
| 23610 |
evangelie |
evangelie:
evangelie (L270p Tegelen)
|
De tweede lezing, het evangelie [t evangillie, evangjillióm?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 32843 |
evenaar, tweespanszwenghout |
warshout:
wē̜rshǫlt (L270p Tegelen),
wē̜rshǫu̯t (L270p Tegelen)
|
De balans of het dubbele zwenghout is het dwarse verbindingsstuk tussen een (zwaar) akkerwerktuig en de beide zwenghouten van een tweespan. Zie afb. 99. Bij de betrokken woordtypen hieronder is in (d)wars e.d. steeds de a als klinker aangehouden, ook al beantwoordt aan de dialectvarianten meestal een type met e (dwerg e.d.) of ee (dweers e.d.). Voor het ''...''-gedeelte van sommige varianten zij verwezen naar het lemma ''zwenghout''. De daar onderscheiden typen eegdhaam, eeghaam, eghaam en hun varianten zijn in dit lemma door ''eghaam'' resp. ''eghaam'' gesubstitueerd. [JG 1b + 1c + 1d + 2c; N 11, 34b; N 11A, 104; N 13, 87 add.; N 17, 69b add.; div.; monogr.]
I-2
|
| 30150 |
ezelsrug |
ezelsrug:
ē̜zǝlsrø̜k (L270p Tegelen)
|
Een uit metselstenen vervaardigd en aan weerszijden enigszins overstekend, kapvormig bovendeel van een muur. Zie afb. 43. [N 31, 43a; monogr.]
II-9
|
| 23053 |
feest bij de ondertrouw add. |
naar pastoor gaan:
Als n verloofd paar besloten had om in t huwelijksbootje te stappen, was hun eerste officiële gang naar de pastoor, om hem van hun voornemen in kennis te stellen, en de trouwdatum vast te stellen. Ze moesten dan tevens een vrij simpel godsdienstexamen afleggen, wat gewoonlijk neerkwam op het beantwoorden van enkele vragen uit de "kattegissemus". Men noemde dit "nao pesjtoër gáon". Intussen hadden de "naobere"reeds de nodige maatregelen getroffen om het ondertrouwde paar op "daverende"wijze te begroeten. In de nabijheid van de woning der aanstaande bruid had men n.l. de "katteköp"reeds in gereedheid gebracht. Zodra de uitkijkpost de komst van het paar had aangekondigd, werd het in petroleum gedrenkte lapje aan t uiteinde van een lange staak ontstoken en bij de lont van de katteköp gehouden, waarop weldra meerdere zware schoten door de lucht dreunden, want gewoonlijk had men een batterij van 4-6 van die katteköp klaar liggen.
nao pesjtoër gáon (L270p Tegelen)
|
[Sub Oude plaatselijke volksgebruiken].
III-3-2
|