| 34090 |
linkervoorkwartier |
bij de hand voor:
bɛi̯ dǝ haŋk vø̄r (L270p Tegelen),
linkervoordeem:
leŋkǝrvø̄rdīǝm (L270p Tegelen)
|
Het kwartier van de uier links voor. In de vraagstelling stond erbij wat betreft de positie van de kwartieren "van achteren gezien". [N 3A, 116a]
I-11
|
| 22888 |
linksachter |
linksbinnen:
linksbinne (L270p Tegelen)
|
Linksachter, rechtsachter. [DC 49 (1974)]
III-3-2
|
| 22881 |
linksvoor |
linksbuiten:
linksboéte (L270p Tegelen),
linksvoor:
Sub sjöppe: De linksveur sjöpde dm bál langs de kieper in de gool.
linksveur (L270p Tegelen)
|
[Linksvoor]. || Links- rechtsvoor. [DC 49 (1974)]
III-3-2
|
| 19753 |
linnenkast |
lijnwaadskast:
lī.vəskas (L270p Tegelen)
|
linnenkast
III-2-1
|
| 30160 |
lintvoeg |
langsvoeg:
laŋs˲vōx (L270p Tegelen)
|
Horizontale voeg. Zie ook afb. 41. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel '-(voeg)' het lemma 'Voeg'. [N 32, 29b; monogr.]
II-9
|
| 31436 |
lintzaagmachine |
lintzaag:
lent˲zāx (L270p Tegelen)
|
Stationaire machine voor het zagen van diverse materialen. Het zaagblad van de lintzaagmachine bestaat uit een stalen band zonder einde dat aan één kant van zaagtanden is voorzien en wordt aangedreven door een elektromotor. Het te zagen materiaal rust op een zaagtafel en wordt tegen het draaiende blad aangedrukt. Met de lintzaag kunnen ook gebogen zaagsnedes worden gemaakt. [N 50, 69; N 53, 16; monogr.]
II-12
|
| 24541 |
lis (alg.) |
luus:
bladeren van de lisbloem of iris
lúus (L270p Tegelen)
|
lis, bladeren van
III-4-3
|
| 23731 |
litanie van de rozenkrans |
litanie (<lat.):
lietanie (L270p Tegelen)
|
De litanie van O.L. Vrouw, het slot van het Rozenhoedje [littenïj, lietenïj, lieteniej, lietenej?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18051 |
litteken |
litteken:
lidteiken (L270p Tegelen)
|
Als een wond of zweer is genezen, blijft de plaats ervan meestal zichtbaar. Die plek noemt men dan een .... (Nederl. litteken). [DC 30 (1958)]
III-1-2
|