| 17817 |
lopen |
lopen:
loupe (L270p Tegelen),
B.v. dae löpt wie nen haas; loup nao de pòmp; mèt dribbele lierse loupe.
lopen (L270p Tegelen),
B.v. weej laupe no de kérk.
laupe (L270p Tegelen)
|
lopen, gaan; inventarisatie uitdrukkingen; betekenis/uitspraak [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 19500 |
loper |
loper:
lø̜jpǝr (L270p Tegelen)
|
De bovenste, draaiende molensteen. De loper had in Q 99 drie soorten kerven, de ligger daarentegen maar één. Zie ook het lemma ɛscherpselɛ.' [N O, 17c; A 42A, 31; N D, 7; Sche 47; Vds 85; Jan 121; Coe 98; Grof 117; monogr.]
II-3
|
| 34008 |
losgetuigd leiden |
aan de strang leiden:
ān dǝ štraŋk lęi̯ǝ (L270p Tegelen)
|
Een paard zonder zadel en niet tussen berries leiden met de teugel. [N 8, 101c]
I-10
|
| 18697 |
losse linnen halsboord |
kraag:
kraag (L270p Tegelen),
losse kraag:
losse kraag (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
halsboord, losse linnen ~ [beurdje, hemdsband] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18699 |
losse manchet |
losse manchet:
losse mesjette (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen),
manchet:
manchet(te) (L270p Tegelen),
mesjet (manchet) (L270p Tegelen)
|
manchet, los [hemdsband, toet] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 33729 |
losse paal met draad |
losse sluiting:
losǝ šlūteŋ (L270p Tegelen)
|
Losse paal met draad waarmee men de wei kan afsluiten. [N 14, 68c; N 7, 48b; L B 19, 6; A 25, 8]
I-8
|
| 33395 |
losse voerbak in de varkenswei |
drinkbak:
dręŋk˱bak (L270p Tegelen),
trog:
trǫx (L270p Tegelen),
voerbak:
vōrbak (L270p Tegelen)
|
Gewoonlijk worden de varkens binnen gevoerd. Soms echter gebruikte men een losse voerbak voor buiten, in de varkenswei; over deze laatste bak gaat het in dit lemma. Zie voor de fonetische documentatie van (trog) het lemma "varkenstrog" (2.4.3). [N 5A, 61b]
I-6
|
| 33365 |
losse voerbak voor runderen |
koebak:
kubak (L270p Tegelen),
koeientrog:
kui̯ǝtrǭx (L270p Tegelen),
voerbak:
vōrbak (L270p Tegelen),
voerkuip:
vōrkȳp (L270p Tegelen)
|
Een losse bak of kuip waarin men het voer aan de koeien voorzet. Bedoeld wordt een bak waar meer dan één rund uit eet (en soms ook drinkt). Waar deze draagbare en ouderwetse bak niet (meer) bekend is, werden benamingen voor de vaste voerbak opgegeven (krib, trog en hun samenstellingen). Oorspronkelijk diende de krib voor het droge voedsel voor runderen en paarden en de trog voor het natte voedsel voor de varkens, maar in de praktijk lopen de termen dooreen. Sommige opgaven betreffen mogelijk ook het vak voor één koe van de in vakken verdeelde voerbak. Vergelijk de lemmata "voer- en drinkgoot" (2.2.14) en "vaste voer- en drink- en voerbak, krib" (2.2.15). [N 5A, 37c; N 18, 130; monogr.]
I-6
|
| 18317 |
losse zak onder de rok |
losse tas:
losse tès (L270p Tegelen),
schortentas:
sjortetes (L270p Tegelen),
sjortetès (L270p Tegelen)
|
tas, losse ~, zak of buidel die onder de rok wordt gedragen [N 24 (1964)] || zak in de onderrok [rokketes, moederkenszak] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 29632 |
losse zijwand van de kruiwagen |
bred:
brę ̞t (L270p Tegelen),
bredje:
brētjǝ (L270p Tegelen)
|
[N 98, 47; monogr.]
II-8
|