| 33345 |
stalpoort, staldeur |
buitendeur:
butǝdø̄r (L270p Tegelen),
koestaldeur:
[koestal]dø̄r (L270p Tegelen),
staldeur:
[stal]dø̄r (L270p Tegelen),
(mv)
[stal]dø̄rǝ (L270p Tegelen)
|
In dit lemma worden de algemene benamingen verzameld voor de deur van een stal of koestal, zowel die voor de dubbele deur of poort als ook die van de enkele deur die alleen voor personen wordt gebruikt. Aan de hand van de vaak transparante samenstellingen is doorgaans wel uit te maken op welk type poort of deur de benaming betrekking heeft, waar deze zich bevindt of welk doel zij heeft. Vergelijk ook de lemmata "voorstaldeur" (2.2.11), "schuurpoort" (3.1.2) en "poort" (4.1.1). Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel (stal) het lemma "stal" (2.1.2) en voor die van het woorddeel (koestal) het lemma "koestal" (2.2.1). [N 5A, 51b, 52a, 53c; N 4, 39; N 5,112a; A 10, 7a; monogr.; add. uit N 5A, 34b, 44b]
I-6
|
| 24579 |
stam van de boom |
stam:
stam (L270p Tegelen)
|
boomstam
III-4-3
|
| 34028 |
stamboekkoe |
stamboekkoe:
štambōk[koe] (L270p Tegelen),
volbloed:
vǫlblōt (L270p Tegelen)
|
Koe van geregistreerde afstamming. Zie ook de toelichting bij het lemma ''koe van geregistreerde afstamming'' in wbd I.3, blz. 330. Zie afbeelding 2. Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe'' (3.3.1). [N 3A, 3c; monogr.]
I-11
|
| 30038 |
stampbeton |
stampbeton:
štamp˱[beton] (L270p Tegelen)
|
Betonsoort die wordt verkregen door de aardvochtige betonspecie met houten of stalen stampers zo lang te bewerken totdat het water erin aan de oppervlakte komt. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel '-(beton)' het lemma 'Beton'76521. [N 30, 47b; monogr.]
II-9
|
| 26871 |
stamper |
stamper:
štampǝr (L270p Tegelen),
stemper:
štɛmpǝr (L270p Tegelen)
|
Blok, voorzien van één of twee handvatten, dat wordt gebruikt om zand- en kalkkluiten fijn te maken, beton aan te stampen en aarde vast te drukken. Een stamper kan van hout of ijzer vervaardigd zijn. Zie ook afb. 7. [N 30, 20; monogr.]
II-9
|
| 20677 |
stamppot |
moes:
Syst. Veldeke
moos (L270p Tegelen),
stamppot:
Syst. Veldeke
stamppot (L270p Tegelen),
Syst. WBD
sjtamppot (L270p Tegelen),
stamppot (L270p Tegelen)
|
Stamppot, heel in het algemeen [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 20757 |
stamppot met stokvis |
patatten met stokvis:
Syst. WBD
petatte mèt sjtokvès (L270p Tegelen),
pratmoes:
prat’moos (L270p Tegelen),
Syst. Veldeke
pratmoos (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
stamppot met stokvis als voornaamste bestanddeel || Stamppot van aardappelen met stokvis en uien (pratmoes, stieveleknech, kalvètsj?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 22730 |
standbeeld |
standbeeld:
sjtanbelt (L270p Tegelen)
|
standbeeld [RND]
III-3-2
|
| 33847 |
stapvoets gaan |
stappen:
štapǝ (L270p Tegelen)
|
De langzaamste gang van het paard (stap, draf, galop) waarbij de vier voeten in de volgende volgorde opgeheven en weer neergezet worden: links achter, links voor, rechts achter, rechts voor, links voor, rechts achter, rechts voor en links achter. Zijn de vier hoefslagen niet duidelijk hoor- en zichtbaar, dan noemt men de stap onregelmatig. Zie afbeelding 8. [N 8, 81a]
I-9
|