| 32913 |
steunhoutjes tussen steel en balk |
steun:
štø̄n (L270p Tegelen)
|
Het schuine verbindingstuk tussen de steel en de dwarsbalk van de hooihark, dat ter versteviging van de hark in zijn geheel dient. Vaak ziet men twee van dergelijke steunhoutjes; vandaar de meervoudsvormen in de opgaven. Voor de verscheidenheid aan benamingen, zie ook de opmerking bij de het lemma ''dwarsbalk van de hooihark''. Zie voor de vork- en gaffel-benamingen de toelichting bij het lemma ''steel van de hooihark''. Zie ook afbeelding 11, c. [N 18, 92c]
I-3
|
| 29981 |
steunklos |
steigerklots:
[steiger]klǫts (L270p Tegelen)
|
Houten klos die op de staander wordt gespijkerd. Op de klos rust de optopper, waarmee de steiger wordt verlengd. Zie ook afb. 19. [N 32, 5c; monogr.]
II-9
|
| 34622 |
steunpaal voor opgeslagen hoogkar |
paal:
pǭl (L270p Tegelen),
staak:
štāk (L270p Tegelen)
|
Lange steunpaal welke men plaatst onder de berries van een opgeslagen hoogkar. [N 17, 82]
I-13
|
| 33444 |
steunsels in de bovenhoeken van een poort |
consoletjes:
konzø̜̄lkǝs (L270p Tegelen)
|
In de bovenhoeken van een poort zijn soms ook paaltjes aangebracht om het kozijn te steunen of alleen maar ter versiering. Deze paaltjes zijn lichter dan die in de benedenhoeken. Enkelvoudige opgaven benoemen een van de steunpaaltjes aan weerskanten van een opening. Zie ook afbeelding 18.b bij het lemma "poort" (4.1.1). [N 4A, 42g]
I-6
|
| 20151 |
stiefdochter |
stiefdochter:
sjteefdochter (L270p Tegelen),
stiefkind:
sjteefkink (L270p Tegelen),
stiefmeidje:
sjteefmaidjə (L270p Tegelen)
|
stiefdochter [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20341 |
stiefkinderen |
stiefkinder:
sjteefkinger (L270p Tegelen),
sjteefkingər (L270p Tegelen)
|
stiefkinderen [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20340 |
stiefmoeder |
stiefmoeder:
sjteefmoodər (L270p Tegelen),
sjtèfmooder (L270p Tegelen)
|
stiefmoeder [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20338 |
stiefouders |
stiefouders:
sjteefeldərs (L270p Tegelen),
sjtèfĕlders (L270p Tegelen)
|
stiefouders [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20339 |
stiefvader |
stiefvader:
sjteefvadər (L270p Tegelen),
sjtèfvader (L270p Tegelen)
|
stiefvader [DC 05 (1937)]
III-2-2
|
| 20342 |
stiefzoon |
stiefzoon:
sjteefzoon (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
stiefzoon [DC 05 (1937)]
III-2-2
|