| 31693 |
stobbe |
knoer:
knūr (L270p Tegelen),
knoest:
knus (L270p Tegelen)
|
Stronk van een gekapte boom die met het wortelstelsel nog in de grond zit. [N 50, 7e; N 75, 87c; A 45, 35; N 16, add.; monogr.]
II-12
|
| 19708 |
stoel |
stoel:
štōl (L270p Tegelen)
|
stoel
III-2-1
|
| 23437 |
stoelen op het priesterkoor |
koorstoelen:
koersjteul (L270p Tegelen),
koersteul (L270p Tegelen),
stoelen op het koor:
sjteul op et koeer (L270p Tegelen)
|
De stoelen op het priesterkoor [koeërsjteul?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 19831 |
stoelpoot |
stumpel:
štømpəl (L270p Tegelen)
|
stoelpoot
III-2-1
|
| 21226 |
stoep |
stoep:
sjtoep (L270p Tegelen)
|
stoep, trottoir; hoe noemt men in uw woonplaats de stoep of het trottoir langs een straat? [DC 47 (1972)]
III-3-1
|
| 19857 |
stoep, trottoir |
stoep:
štup (L270p Tegelen)
|
stoep
III-2-1
|
| 19659 |
stofblik |
blik:
bleek (L270p Tegelen),
bleek en hankvēgər (L270p Tegelen),
blē.k (L270p Tegelen),
blēk en hankvèger (L270p Tegelen),
dreksblik:
drĕksblēk (L270p Tegelen)
|
stofblik [DC 15 (1947)] || stoffer en blik samen [DC 15 (1947)]
III-2-1
|
| 18357 |
stoffen pantoffel |
slof:
sjloeffe (L270p Tegelen),
sjôffe (L270p Tegelen),
šloffe (L270p Tegelen)
|
sloffen, stoffen pantoffels met slappe zool [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 19950 |
stoken |
stoken:
štǭkǝ (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
Brandstof toevoeren tijdens het bakproces van pannen en gresbuizen. [monogr.] || Brandstof toevoeren tijdens het bakproces. Wanneer de ringoven met kolen wordt gestookt, wordt de brandstof in de ringoven via de stookpotten in de kamers gebracht. Het stoken vormt de tweede fase in de cyclus die de steen tijdens het bakproces in ringovens, vlamovens en tunnelovens ondergaat. In de opwarmfase wordt de steen gedroogd en verhit, in de stookperiode wordt de steen goed doorbakken en in de afkoelfase wordt hij met behulp van de buitenlucht geleidelijk afgekoeld. [N 98, 139; monogr.]
II-8
|
| 27245 |
stoker |
stoker:
štø̜̜̄̄kǝr (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen)
|
De arbeider die de oven verzorgt. In L 163 zorgde de stoker ook voor de aanvoer van de brandstof. [N 49, 61b] || De arbeider die tijdens het bakproces het vuur in de pannen- of gresbuizenoven op de vereiste temperatuur houdt. [monogr.] || De arbeider die tijdens het bakproces het vuur in de ringoven op de vereiste temperatuur houdt. Wanneer het vuur in de oven te warm was, zei men in Q 121b dat de oven te gloei (ts\ glø̜j) was. [N 98, 140; monogr.]
II-8
|