| 20033 |
stokroos |
stokroos:
-
stokroës (L270p Tegelen)
|
stokroos (althea rosea L.) [DC 52 (1977)]
III-2-1
|
| 20519 |
stokvis |
stokvis:
sjòkvès (L270p Tegelen)
|
bolling; Hoe noemt U: Gezouten en gedroogde vis (bolling) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 18683 |
stola |
stola (lat.):
sjtola (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen,
L270p Tegelen),
stola (L270p Tegelen)
|
De stola, de stool. [N 96B (1989)] || stola, lange brede damessjaal van dunne stof of van bont [N 23 (1964)]
III-1-3, III-3-3
|
| 19559 |
stolp |
kaasstolp:
kiës-sjtölp (L270p Tegelen),
(nu)
kīējessjtölp (L270p Tegelen)
|
kaasstolp [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 23446 |
stolp over een heiligenbeeld |
stolp:
sjtulp (L270p Tegelen)
|
Een stolp of stulp, een klokvormig glas over een kruis- of heiligenbeeld. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 28984 |
stolpen |
aanstolpen:
ānštølǝpǝ (L270p Tegelen)
|
Het machinaal of met de hand aanstikken van belegsels, waarbij gekeerd wordt. [N 59, 60]
II-7
|
| 34075 |
stomphoorns |
rothoorns:
rǫthø̜̄rǝs (L270p Tegelen)
|
Afgebrokkelde of slecht ontwikkelde hoorns. [N 3A, 106c]
I-11
|
| 20641 |
stoofvlees, zuurvlees |
zuurbraad:
Syst. Veldeke
zoerbraod (L270p Tegelen),
zuurvlees:
Syst. WBD
zoërvlies (L270p Tegelen),
zōēr vleis (L270p Tegelen)
|
Gemarineerd rundvlees, bereid met azijn, olie en kruiden (bufflamood, zoerbrèùtje?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 29525 |
stookdeur |
deur:
dø̄̄r (L270p Tegelen
[(van ijzer)]
)
|
De deur of het deksel waarmee de vuurmond werd afgesloten wanneer de oven gaar was. De stookgaten opzij van de oven uit L 163 werden afgesloten met dubbele deuren die zijdeuren (zējdø̄̄r\) werden genoemd. [N 49, 74a]
II-8
|
| 29524 |
stookgat |
rooster:
ryǝstǝr (L270p Tegelen),
stookgat:
štǭk˲gāt (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
Dat gedeelte van de pottenbakkersoven waar gestookt wordt. De oven in L 163 had behalve een stookgat aan de kop van de oven, ook aan beide zijkanten twee stookgaten. Zie ook afb. 11. [N 49, 73a; monogr.] || Elk van de in het gewelf aangebrachte stookgaten. De stookgaten bevinden zich pal boven het rooster in de diverse kamers van de vlamoven. [monogr.]
II-8
|