| 29867 |
strijkhout |
afstrijker:
āfštrī̄kǝr (L270p Tegelen),
strijkhout:
štrī̄khǫlt (L270p Tegelen),
strijkkluppel:
štrī̄kklø̜pǝl (L270p Tegelen)
|
Stok om de kleikoek glad te strijken. De ɛafstrijkerɛ (L 270) was een van beukehout vervaardigde lat, 60 cm lang, 6 cm breed en 2 cm dik met afgeronde uiteinden - Tegels Dialek, pag. 73/121.' [monogr.]
II-8
|
| 29866 |
strijktafel, strijkbank |
strijkbank:
štrī̄k˱baŋk (L270p Tegelen),
strijktafel:
štrī̄ktǭfǝl (L270p Tegelen)
|
Bank of tafel waarop met behulp van een strijkhout de kleikoek in een vorm werd platgestreken. [monogr.]
II-8
|
| 22085 |
stro |
struu:
stryǝ (L270p Tegelen),
štryǝ (L270p Tegelen)
|
Halmen van gedorst koren. De algemene benaming. Zie ook de toelichting bij paragraaf 6.4. [JG 1a, 1b, 2c; L 7, 60a; R [s], 6; S 36; Wi 4; monogr.; add. uit N 5, 83]
I-4
|
| 33126 |
stro binden |
binden:
beŋǝ (L270p Tegelen),
opbinden:
ǫp˱beŋǝ (L270p Tegelen)
|
Het uitgedorste stro wordt tot bussels samengebonden.Vergelijk ook het lemma ''schoven binden'' (4.6.2). Opgaven van het type "bussels maken" zijn hier niet opgenomen; het zelfstandig naamwoord is in het lemma ''bussel uitgedorst stro'' (6.1.27) opgenomen. [N 14, 25 en 28; monogr.]
I-4
|
| 33856 |
strompelend lopen bij het aantrekken |
aanstoten:
ānštūǝtǝ (L270p Tegelen)
|
[N 8, 62k, 73, 79 en 80]
I-9
|
| 24852 |
stronk van een struik |
poest:
(mv.: püs).
de poes (L270p Tegelen)
|
wortelklomp van een struik [N 27 (1965)]
III-4-3
|
| 33715 |
stronk, boomstronk |
boks:
boks (L270p Tegelen)
|
Wat blijft staan, de stomp met wortels, als een boom omgehakt is. [N 27, 8a; R 3, 2; Wi 11; L 7, 59; L B2, 343; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 33591 |
stronk, stengel van koolplanten |
koolstengel:
koëlsjtengels (L270p Tegelen),
stronk:
sjtrunk (L270p Tegelen),
stronke (L270p Tegelen)
|
koolstengels die op het veld blijven staan [N Q (1966)]
I-7
|
| 18106 |
strontje |
wegeschijter:
waegesjiéter (L270p Tegelen)
|
een zweertje op het ooglid? [DC 60 (1985)]
III-1-2
|
| 24384 |
strontvlieg |
strontvlieg:
stroontvleeg (L270p Tegelen)
|
strontvlieg: Kent u in uw dialect een woord om een soort van okergele vlieg aan te duiden die op uitwerpselen zit? [N100 (1997)]
III-4-2
|